Bonne Brise 2004
Rondje Engeland

2004

Trip
Reisverslag
Foto album
Gastenboek

Reisverslag

Onze tocht is volbracht! In totaal hebben we nu van deze tocht 1963 mijl gevaren!
update: 04-08-2004 (de dag na aankomst in Huizen).
De foto's zijn helemaal bij!

Zaterdag 29 mei:
Huizen. - Zijkanaal C: 22,3 mijl

Vandaag was het zover, de dag van vertrek is aangebroken. Een dubbel gevoel, want het betekent ook dat onze vrouwen en wij een gescheiden leven moeten gaan leiden (of lijden?).
Om 09.00 haalt Peter Rob op om via AH naar de boot te gaan. Nadat we de boot op een plekje dicht bij het clubhuis hebben hebben afgemeerd, is het de kunst om de laatste proviand op te bergen. Een klus waar je het hoofd koel bij moet houden, wat niet erg meevalt want het is heet. Stralende zon zorgt ervoor dat het zo'n 20 graden celcius is.

Jakob belt dat hij rond half twee kan worden opgehaald van de trein. Hij is eerst naar Kniest in Oosterbeek geweest voor de aanschaf van een aantal reserve-onderdelen.

Renger komt gelijk met Marijke de steiger oplopen en brengt zijn spullen aan boord. Hij gaat de eerste week mee. Rob gaat de eerste drie weken mee en daarna blijven Peter en Jakob over.

De afscheidsborrel is gepland van 16.00 tot 17.00 uur. Het is geweldig te ervaren dat zo veel mensen de moeite willen doen om je gedag te zeggen! Kadootjes worden uitgewisseld en dan... onder doedelzakmuziek met iedereen op de kade worden de trossen losgegooid. Hier en daar een traan en met een warm hart varen we weg.

Dag havenmeester Mathieu, tot over 2 maanden.

Terwijl Peter nog zit te bekomen van alle emoties, gaan Rob en Jakob aan de slag om de VHF en UHF zendontvanger te installeren. Als we rond 22.00 uur afmeren bij zijkanaal C is alles dan ook gemonteerd en .... het werkt!

Renger en Peter gaan te kooi, maar Jakob en Rob werken de site nog even bij. Rond middernacht is het doodstil op de Bonne Brise.


Zondag 30 mei:
Zijkanaal C - Lowestoft: 117,3 mijl.

Zondagmorgen rond 10.00 uur vertrokken naar de sluis te IJmuiden. Daar komen Leo en Justin afscheid van ons nemen met een kopje koffie er bij.
We verlaten de pieren van IJmuiden nadat we nog afgetankt hebben bij Seaport Marina. Met 7800 mijlen op de totaalteller van het log gaan we nu de rit aan om naar de 10.000 mijl te gaan.

Met een lopende ZW-4 kunnen we bijna pal west sturen, eerst nog met zon maar regen wordt ook een deel van het genieten.

Helaas voor Renger die zich al gauw niet zo fit voelt en in de middag zeeziek naar bed gaat. Tot aan de aanloop van Lowestoft, maandag 's morgens om 10.00 uur. Dat wordt dus wachtlopen met drie man. Op een paar keer moteren na, kan veel van de tocht gezeild worden. De passages van de twee traffic-lanes ging zonder problemen: bijna geen scheepvaart.
Eerst een prachtige zonsondergang, later een stralende maan, waardoor het niet echt donker wordt.


Maandag  31 mei:
Aankomst in Lowestoft

 's Morgens is het wat mistig, maar als de zon sterker wordt is het al gauw lekker. Met nog 10 mijl te gaan een leuke verrassing. Een tuimelaar laat zich zien en doet een aantal keren zijn naam eer aan. Het is voor het eerst dat we een tuimelaar hier zien, we dachten dat ze altijd boven in de Noordzee bleven.

In Lowestoft knapt Renger al gauw op. Jakob koopt een SIM kaart voor een UK telefoonnummer: +447919017832. Ook laat hij zijn toestel instellen vor GPRS in de UK. Dit om snel te kunnen internetten via het GPRS-netwerk (115 KB/sec. voor de kenners).


Dinsdag 01 juni:
Lowestoft - Grimsby: 113,68 mijl (klik hier voor kaartje)

Het is nog stil aan boord om 06.00 uur. Peter zit al in de kuip z'n ochtendtherapie te doen: het pellen van een sinaasappel. Gisteravond zijn we vroeg te kooi gegaan. Jakob en Renger hebben voor vandaag de route doorgenomen en de waypoints uitgezet. Prettig: Renger doet weer helemaal mee. De vermoeienissen van de overtocht zijn vergeten. We hebben dat bezegeld met een heerlijke maaltijd van gevulde paprika's. Dank je wel Ria.

Nadat we hadden vernomen dat de zeekaarten die ons beloofd waren nog niet waren gearriveerd bij het commander-office, besloten we om te wachten tot vandaag, want tussen 10.00 en 12.00 uur zou de post aanwezig zijn. Tijd genoeg voor wat klusjes. We vertrekken dus pas met het volgende tij: ca. 20.00 uur. De tocht naar Grimsby zal ook weer ongeveer 100 mijl bedragen, dus we plannen aan te komen in de middag van 2 juni. We moeten dus weer wachtlopen vannacht. Jakob tot 02.00 uur en Peter vanaf die tijd tot 06.00 uur (Jakob is avondmens en Peter een ochtendmens: past dus mooi).

Morgen melden we wel hoe dit is afgelopen. Nu (18.00 local time) eerst warm eten voor vertrek. Het wordt goulash (spacial made by Marian!) met aardappelen.

We vertrekken om 19.45 uur. De wind is NE 2-3. Eerst motoren dus. De stroom loopt nog flink tegen (3 mijl, dus de voortgang ligt rond de 2 mijl!) Om 22.00 uur gaat de stroom meelopen en gaat de motor uit. Renger gaat dan slapen om wakker te zijn als zijn wacht begint. Peter gaat 23.00 uur te kooi, zodat Rob en Jakob de Bonne Brise de nacht in jagen. Als de stroom op zijn maximum is lopen we 9 knopen. Vlak tussen de banken en Great Yarmouth. Ze zijn daar windmolens op de bank aan het plaatsen en het is er een gekrioel van platforms en sleepboten. De manoeuvreren er voorzichtig tussendoor. Soms komt er een nieuwsgierige 'tug' kijken.

Het is nog stil aan boord om 06.00 uur. Peter zit al in de kuip z'n ochtendtherapie te doen: het pellen van een sinaasappel. Gisteravond zijn we vroeg te kooi gegaan. Jakob en Renger hebben voor vandaag de route doorgenomen en de waypoints uitgezet. Prettig: Renger doet weer helemaal mee. De vermoeienissen van de overtocht zijn vergeten. We hebben dat bezegeld met een heerlijke maaltijd van gevulde paprika's. Dank je wel Ria.

Nadat we hadden vernomen dat de zeekaarten die ons beloofd waren nog niet waren gearriveerd bij het commander-office, besloten we om te wachten tot vandaag, want tussen 10.00 en 12.00 uur zou de post aanwezig zijn. Tijd genoeg voor wat klusjes. We vertrekken dus pas met het volgende tij: ca. 20.00 uur. De tocht naar Grimsby zal ook weer ongeveer 100 mijl bedragen, dus we plannen aan te komen in de middag van 2 juni. We moeten dus weer wachtlopen vannacht. Jakob tot 02.00 uur en Peter vanaf die tijd tot 06.00 uur (Jakob is avondmens en Peter een ochtendmens: past dus mooi).

Morgen melden we wel hoe dit is afgelopen. Nu (18.00 local time) eerst warm eten voor vertrek. Het wordt goulash (spacial made by Marian!) met aardappelen.

We vertrekken om 19.45 uur. Het is nevelig en de wind is NE 2-3. Eerst motoren dus. De stroom loopt nog flink tegen (3 mijl, dus de voortgang ligt rond de 2 mijl!). We zetten het grootzeil bij als steunzeil en varen op de motor. Om 22.00 uur gaat de stroom meelopen maar er is nog geen wind genoeg om oortgang op het zeil te kunnen maken. Renger gaat dan slapen om wakker te zijn als zijn wacht (02.00 uur) begint. Peter gaat 23.00 uur te kooi, zodat Rob en Jakob de Bonne Brise de nacht in jagen. Even na middernacht gaat ook de genua erbij en de motor uit. Als de stroom op zijn maximum is lopen we 9 knopen. Vlak tussen de banken en Great Yarmouth dat als een lang gerekt verlicht lint aan de bakboord horizon ligt.. Ze zijn daar windmolens op de bank aan het plaatsen en het is er een gekrioel van platforms en sleepboten. De manoeuvreren er voorzichtig tussendoor. Soms komt er een nieuwsgierige 'tug' (sleepboot) kijken.


Woensdag 02 juni:
Aankomst in Grimsby om 18.30 uur na pittige tocht. 

Om ca. drie uur is de wind weer op en gaat de motor weer aan, genua inrollen en grootzeil als steunzeil. Dit tot ca. 09.00 uur. Toen kwam er weer wind alleen zat die tegen: Noord een stuk of 4 en later 6 Bft. Toch maar zeilen, later 1e rif gezet en genua op 60%.
Dit bleef zo tot aan het binnenvaren vn Grimsby.

Het aanlopen van rimsby is erg makkelijk (als je er eenmaal geweest bent). Wat je kunt doen is als je van zee komt de Humber op, blijven varen aan de rode kant tot aan boei LB6. Dan met een koers van 255 graden zie je recht vooruit een soort minaret (een hoge toren met een puntdak). Later horen we van de havenmeester Terry dat dit een watertoren is die de (water-)kracht levert voor het bedienen van de sluis. Links van deze toren zie je een semafoor (paal met 3 gekleurde lichtjes boven elkaar die je vertellen of je binnen mag varen of dat er een tegenligger aan komt). Prik hem tussen toren en semafoor en je bent binnen voor de sluis, die meestal open staat van 2 uur voor tot 2 uur na hoog water.

Oeps.... de 20 pond waarmee we de simkaart hebben opgeladen is op; het telefoongesprek met Marijke wordt abrupt verbroken. Bij vodafone eens navragen waar ons beltegoed zo snel aan op gaat. Helaas kan de website vanavond niet bijgewerkt worden.


Donderdag 03 juni:
Grimsby - Hartlepool: 112,26 mijl (klik hier voor kaartje)

Vanochtend eerst naar de stad boodschappen doen. Levensmiddelen als eieren, melk, brood en sinaasappelen. Er is nog geen noodzaak om zelf brood te bakken.

Nog maar net uit de haven gelopen, stopt er een auto met een aardige man die ons een lift wil geven naar de stad. Tijdens de rit blijkt dat hij ook een zeiler is en vaak Holland aandoet. Nog bedankt mr. Keith Anderson! 
Grimsby is een oude stad waar alles draaide om de vis. Nu is er nog wel wat vis-industrie, maar die vis wordt geimporteerd en hier verwerkt en vervolgens weer geexporteerd.
Lokale visvangst is niet meer aan de orde.

Op de terugweg naar de haven lopen we langs een grote PC-world zaak.
In die zaak kopen we een wireless lankaart voor in de laptop. In veel jachthavens of in de stad is een wifi-netwerk beschikbaar. Daarmee kun je gratis het internet op. Gezien de kosten via gprs een goede investering daar waar wifi is. Als dat netwerk niet beschikbaar is vallen we terug op GPRS dat in geheel UK beschikbaar is.

Omdat de tijd die we er over gaan doen naar Whitby en het getijde als we daar aankomen niet zodanig is dat we de haven binnen kunnen gaan (te weinig water voor onze diepgang, besluiten we naar Hartlepool te gaan. Dat is 40 mijl verder, maar we denken dat we fit genoeg zijn omdat er bij te doen.

De bedoeling is om 17.00 uur af te varen. Eerst naar de steiger waar we de diesel gaan tanken. Als de wind zou wegvallen kunnen we de gehele trip desnoods op de motor.

Na het aftanken varen we naar het lock. Daar staat 'de brulboei' al klaar. Als hij iets naar je roept dan hoor je dat 1 mijl tegen de wind in nog prima. Hij 'zegt' dat we er door mogen (het lock staat open van 2 uur voor tot 2 uur na hoog water) maar dat we voor het lock moeten blijven cirkelen want er komt nog een tanker voorbij.

Achter de tanker gaan we richting de monding van de Humber, weer langs de rode tonnen-lijn tot vlak voor het fort dat midden in de Humber staat. Daar steken we de trafficlane over naar de Noordzijde. De Halberg Rassy uit Lelystad (die in Grimsby aan Renger vertelde dat zij hetzelfde rondje aan het doen zijn als wij met man, vrouw en kind (hoe zit het met leerplicht??)) blijft aan de rode lijn. Daar blijken ze nog lang last van te hebben, want door de drukke scheepvaart kunnen ze nu niet oversteken op het steeds breder wordende stuk vaarwater.

Net voor het ford hebben we zeil gezet, rif plus genua. De verwachting is Bft. 3 tot 4 met uitschieters tot 5. Dat klopte de gehele reis. De windrichting is NW, dus tamelijk tegen. Dat zijn we wel gewend: 'fietsers en zeilers hebben de wind altijd tegen'. De barometer loopt terug van 1027 naar 1018. De Navtex (ontvanger waar het weerbericht op een papieren strook wordt geprint) geeft de voorspellingen die steeds blijken te kloppen. Jakob programmeert nu een nieuw ontvangststation er in: Cullercoats. Straks aan de Westkant van Schotland moet er Portpatrick worden ingezet.

Met een lopend windje varen we dus de Humber uit en na de banken bakboord uit noordwaarts de nacht in.
Met een lekkere chiliconcarne van Marjan achter de kiezen ging Peter naar bed.

 Het wachtschema is weer:
- Jakob schippert terwijl Peter slaapt van 10.00 tot 02.00 uur Renger gaat om 11.00 uur slapen tot 03.00 uur en Rob is paraat bij Jakob.
- Om 02.00 uur komt Peter op wacht en gaat Jakob slapen tot 06.00 uur
- Rob gaat om 03.00 uur slapen als Renger op wacht komt.

Deze tijden komen goed overeen met het bio-ritme van de bemanningsleden. Zo krijgt iedereen op de juiste tijd de juiste hoeveelheid slaap.

's Nachts neemt de wind af tot 2 a 3 Bft en zetten we regelmatig even de motor bij.
In de ochtendnevel doemde de heuvelachtige kust op van North Yorkshire, een prachtig gezicht. Ook zien we nu regelmatig papagaaiduikers. 


Vrijdag 04 juni:
Aankomst in Hartlepool

De zon komt op en zo ook Jakob rond 7 uur. Na een lekker ontbijtje kan de dag weer beginnen. Rob is rond 11 uur weer paraat.

De wind ruimt verder door van West naar NoordWest en trekt aan tot 4 soms 5. Een 1e rif en later 60% genua is het logisch gevolg. De laatste uurtjes kruisen tot aan Hartlepool, waar we om half vier de sluis invaren.

Om 15.40 uur meren we af aan de visitors-steiger vlak bij de ingang. Het is inderdaad een grote marina. Maar 't sanitair valt erg tegen (vies dus). We nemen er een Beerenburg op en Jakob blijkt (ineens?) niet meer allergisch voor alcohol, maar hij kan er toch niet goed tegen!

's Avonds trakteert Renger  ons op een etentje als dank voor de fijne week die hij aan boord heeft gehad. Om 23.00 uur is het hartstikke stil in de Bonne Brise.


Zaterdag 05 juni:
Van Hartlepool naar Blyth: 31 mijl

Vanochtend vroeg op. Renger moet de trein van 07.26 uur naar Newcastle hebben.
Zijn laatste Bonne Brise - ontbijt (gebakken eieren met spek en kaas; jus 'd orange; krentenbrood). Dan brengen we hem lopend naar het station. Zijn Nanette zal met de veeroot uit IJmuiden arriveren, zodat ze samen nog een weekje rond kunnen wandelen in Noord Engeland over de muur van Hadrian (Hadrian wall).

Nadat we met z'n drieën Renger hebben uitgezwaaid doen we nog even wat boodschappen. Geen kaarten gevonden in de stad, maar op de steiger komen we in gesprek met een Engelse zeiler die ons spontaan 2 Imrays uitleent tot aan Inverness. Dank je wel Steve Hewitt, we sturen ze vanuit Schotland direct weer terug hoor! Als dank geen we één van onze kadootjes; een set Hollandse miniatuur klompjes met sleutelhanger. Wat in dank wordt aanvaard.

Om 10.00 uur willen we de sluis weer door op naar Blyth.
Nou dat werd dus kwart over tien. Toen we in de sluis lagen vroeg de sluismeester wat onze draft (diepgang) is. Op ons antwoord dat dit 1.40 mtr. is, zei hij dat zodra de sluis open kon hij een waterdiepte door zou geven. Hij zei dat we precies het midden van de geul moesten houden en dat het dan wel kon. Met een geleide-licht (leek een beetje op een kanon waar licht uit kwam) loodste hij ons naar buiten. Dat licht werkt als volgt: wit licht is ok; rood = niet goed, terug naar oude koers, groen licht ook niet goed: terug naar oude koers, maar dan de andere kant op. Bedankt havenmeester van Hartlepool! We hebben de grond een paar keer gevoeld, maar zijn zonder problemen naar buiten gevaren.

Het was verder een makkelijk stukje naar Blyth. Die 27,8 mijl is niet veel maar we hebben er van genoten.Rond drie uur meerden we af aan een drijvende steiger (geen problemen met diepgang of landvasten dus) en bezochten het havenkantoor. Dit is een oud lichtschip ingericht als restaurant, bar, havenkantoor, doucheruimte en toilet. Keurig schoon en bar gezellig.

Terwijl Peter de boot verder schoon maakt, en de generator test door hem aan de spi-val te hangen zodat hij vrij is van het dek (horen we hem helemaal niet meer!!), werken Rob en Jakob de site bij.

Morgen willen we vroeg op: net voor hoogwater, dus 06.00 uur. Met een goed weerbericht willen we direct door naar Peterhead. Dit is een traject van ruim 150 mijl dus ca. 32 uur varen als we geen slagen hoeven te maken. Peterhead is het hoogste punt van deze trip.


Zondag 06 juni:
Van Blyth naar Eyemouth: 53 mijl

Vanmorgen om zes uur vertrokken uit Blyth met nagenoeg geen wind. In alle rust (behalve het geluid van de motor dan) is het heerlijk ontbijten op zee.
Om ongeveer half tien zeilen we langs Coquet island, waar we het anker laten zakken om een bakje koffie te drinken. Voor het eerst ankeren op stroom in het Engelse kustgebied met het zwaardere Bruce-anker en de ankerlier. Leuk om dit uit te proberen, nog leuker is dat we toevallig bij het strandje liggen wat vol ligt met zeehonden met jonkies. Het horen en zien vergaat je bij het gebrul, gesnuif en gehuil van deze dieren.
Veel papagaaiduikers trouwens, die zich van heel dichtbij laten zien.

Rond tien uur weer anker op, want er is nog een lange weg te gaan. Een uurtje later kan de spinaker op en lopen we lekker weg (ZZW-2-3). Dit genot duurt ook maar even want de wind valt weg en draait naar West 4.

Nu aan de wind langs de Farne islands door de Farnesound (dit is een stukje tussen de kust en de eilanden) lekker met de stroom mee.

De wind zet regelmatig door naar 5 Bft. en de weersvoorspelling is voor de nacht kans op onweer met buien. Als we de koers wat westelijker leggen, varen we dicht onder de kust van Noord Engeland. Rond half vier passeren we de grens met Schotland (twee vlaggen op het land markeren de grens. Rob heeft een CD met Schotse muziek opgezet en zo zeilen we verder langs hoge kliffen.

We hebben het vaarplan een beetje gewijzigd. In plaats van Peterhead (een tocht van ca. 36 uur) besluiten we om in Eyemouth af te meren. Toch 54 mijl op de klok! Om vijf uur liggen we vast in een heel leuk oud stadje aan een drijvende steiger: gloednieuw. Wat een luxe met stroom en water. In de havenmond en later langs onze boot zwemt een grote grijze zeehond.

We eten aardappels met sla en tomaat met ..... canard uit blik: om je vingers bij op te eten. Na het afwassen gaan we nog een straatje om en morgen met een goed weerbericht zal de reis worden voortgezet.


Maandag 07 juni:
Eyemouth - Aberdeen: 84,12 mijl

Deze dag heeft een gouden randje. Vanmorgen vroeg om zes uur zijn we vertrokken uit Eyemouth in een prachtig ochtendgloren. 
Na een ontbijtje op zee zeilen we richting Aberdeen. Het oversteken van de Firth of Forth een langdurig rak, want dit is wel een hele brede baai.

Rond kwart over twaalf gaat de spinaker er op en met een zonnetje en een frisse wind ZW-4 kruipen we over de kaart naar boven. Langzaam komen de contouren van Schotland weer in zicht. Tot half vier kan de spi blijven staan, dan valt de wind weg en gaan we verder op de motor. Een toastje met zalm dan maar en daarna soep.

Ter hoogte van Stonehaven gaan we dichter bij de kust komen. Daar zie je af en toe een zeehond en veel papagaaiduikers. Stonehaven is een heel mooi stadje tussen de klippen en de zee in. Het is voor ons een speciaal plaatsje, want het is de thuishaven van Melvin Christy, een Engelse kennis van ons, die alle kaarten voor het rondje UK heeft uitgeleend. Alleen zijn ze nog niet aan boord. Als het goed is liggen die nu te wachten op ons in Inverness bij de canal office.

Door alle inspanningen van het zeilen lui geworden warmens we een hap Struyk op. Het gaat er in als koek! Dan nog een bak koffie en nog maar vier uur te gaan tot Aberdeen. Alles nog steeds op de motor, kunnen we goed genieten van het uitzicht op de kust. Soms komt er een speelgoedtreintje voorbij die achter de heuvels weer verdwijnt. 
Het is trouwens af te raden om in het donker dichter bij de kust te varen dan 5 mijl, want het gevaar datje over een joon van een lobsterpot vaart is dan groot. (het is diep genoeg: tot meer dan 30 mtr vlak bij de kust).

Het mooie van de dag is nog niet op, want bij het aanlopen van de haven van Aberdeen (verplicht aanmelden op kan. 12 bij portcontrol (staat niet in de Reeds-almanac), zwemmen er een stuk of tien dolfijnen voor de ingang.

Jakob en Rob staan enthousiast te fotograferen en te filmen als vlak naast ons nog twee dolfijnen mee zwemmen en telkens boven water springen! Wat een mooi gezicht en wat een vrolijkheid om deze beesten zo van dichtbij te zien.

We meren op aanwijzing van portcontrol af in het Albertbasin net achter de RoRosteiger, alwaar een behulpzame havenmeester onze lijntjes aanpakt.

Het is inmiddels 21.30 uur en er zit weer zo'n 84 mijl in het kielzog.


Dinsdag 08 juni:
We blijven in Aberdeen.

 


Woensdag 09 juni:
Aberdeen - Peterhead: 21,1 mijl

Vanmorgen uit Aberdeen weggevaren rond 08.30 uur. We moesten vanaf 07.00 uur wachten op toestemming van Portcontrol totdat we met onze buurman als enige 2 zeilboten de haven uitmochten. Daarna, als je net op zee bent zie je de volgende 'supplier' al weer nar buiten komen.
Weer waren er dolfijnen bij de havenmond, maar nu niet zoveel als toen we er binnenkwamen en ze waren ook niet zo uitbundig.

Buiten op zee staat er een zware zeegang.
Een zwaar weer depressie in de Duitse bocht gisteren, heeft er voor gezorgd dat dit nu lagerwal is zonder wind met een 'swell' van ca. 6 meter.
Motoren dus tot vlak voor Peterhead, alwaar de genua er nog even bij komt om extra druk te geven bij het aanlopen van de havenmond. Er loopt nog een flinke stroom! We melden ons (verplicht) op kanaal 14 en krijgen toestemming de haven binnen te lopen. Na het passeren van de havenmond (twee grote lange strekdammen) koersen we op de Marina af, waar we om 13.00 uur afmeren.

De boot wordt ontdaan van zeemeeuwen-poep, die over ons heen is 'gesproeid' bij het vertrek uit Aberdeen.

Straks gaan we boodschappen doen in het stadje, douchen (eindelijk weer!) en een wasje draaien. Rob denkt nu al na over wat hij zal gaan koken. 

De zon schijnt, het is lekker warm, we genieten!
Jakob heeft Peter op de steiger trouwens laten 'ducken', iets dat Peter nog nooit gedaan had.


Donderdag 10 juni:
Peterhead - Lossiemouth: 58 mijl

Het is al mooi weer als we om ca. 5 uur opstaan. We varen kwart voor zes uit, nadat we aan portcontrol toestemming hebben gevraagd om de haven te mogen verlaten. Daarna zeilen en de kust langs je zien gaan. Om negen uur ronden we Rattray Head, zodat we nu van pal Noord weer veel meer Westwaarts gaan. We kruipen op de kaart nog steeds omhoog. Op dit punt zitten we ter hoogte van de Noordelijkste haven van Denemarken (Frederikshaven).
Ter hoogte van Lossiemouth, onze bestemming vandaag, zitten we op de meest Noordelijke punt van trip. Dat is ter hoogte van Götenburg.

We zeilen nu de Moray Firth in, passeren Fraserburgh en koersen dan nagenoeg 270 graden West. Met een bakstag wind tetteren we lekker door. Als zeiler heb je hier een luizenleven: 'heb je lekker gepoept, krijg je nog een goede wind ook'.

Vanaf Banf tot 10 mijl voor Lossiemouth krijgen we alles wat in het boekje van de meteo staat: eerst zeil je in je blote bast, dan 360 graden ronddraaiende wind, dan onweer 1e rif en veel regen. 
Het laatste stukje wordt weer prachtig! Mooie luchten en bijna geen wind. Rob begint voorbereidingen te treffen voor een lekkere warme maaltijd: Franse eend (canard) uit blik met spercieboontjes en aardappeltjes.

Als we afmeren in Lossiemouth staat er al een behulpzame dame op de steiger te wachten om onze lijntjes aan te pakken. De Canard is klaar en wij zijn er ook klaar voor. Aanvalluuuuh!!

's Avonds kwam de havenmeester langs, geeft wat informatie over de haven en de stad en vraagt of het goed is als hij voor de streekkrant een stukje over ons mag schrijven. Hij is namelijk correspondent van de Northern Scott. Wij beloven dat we een stukje zullen schrijven om hem daarbij te ondersteunen.
Rond twaalf uur gaan we te kooi en het is nog steeds niet donker! Wel leuk als je zo hoog op de kaart woont.


Vrijdag 11 juni:
We blijven in Lossiemouth

Vanmorgen hebben we tot negen uur uitgeslapen, uitgebreid gedouched en lekker ontbeten.
Het plan is om vanmiddag rond half vier af te varen naar Inverness, waar we dan om 23.00 uur aankomen. Het is een bezeilde afstand van 36 mijl.
Eerst nog even boodschappen doen en genieten! Lossiemouth is een prachtig stadje. Vroeger waren hier wel 200 vissersboten, nu nog maar 2! De haven is nu verbouwd tot marina met drijvende steigers en een prachtig toiletgebouw, schoon en goed onderhouden. Er wonen ca. 5000 mensen in dit stadje, waarvan 2000 lui verbonden zijn aan de militaire luchtmachtbasis net hier achter. De hele dag gaan er straaljagers en helikopters over.

's Middags zet de wind door tot ruim Bft. 6. We besluiten niet uit te varen. 
In de "Steamer Inn" treedt vanavond een gitaarduo op. Daar gaan we 'kijken'....... We proeven de lokale sfeer en de Dram. Hier is Jakob ineens niet allergisch voor!?!
Om 01.00 uur (z)walken we naar de boot.


Zaterdag 12 juni:
Lossiemouth - Inverness: 35 mijl

Om 5 uur 's ochtends is het de juiste tijd om uit te varen. Gelukkig waait het nog veel te hard en gaan we weer te kooi om bij te tanken!

Maar 's middags is het weer gekalmeerd en varen we om 13.00 uur uit richting Inverness. Nu staat er helemaal geen wind meer en we motoren bijna 6 uur lang. Inverness ligt in een trechtervormige inham van de Moray Firth. We zien de twee kusten steeds dichter bij elkaar komen. De bergen worden ook steeds hoger. Op het laatst kwam er toch nog wind (ZO 2-3), dus spinaker omhoog. Zo zeilden we verder de Firth (Fjord?) in met af en toe een zeehond naast de boot. Maar als klap op de vuurpijl bij de ingang van de baai van Inverness weer dolfijnen. Er is een vernauwing bij de witte vuurtoren (tegenover Fort George) waar het water erg hard stroomt. Daar waren de dolfijnen aan het vissen.Een prachtig gezicht dus ook weer foto's gemaakt.

We meren af bij de Longman's Yacht haven, want het Clachnaharry sealock gaat pas morgen om 08.00 uur weer open.


Zondag 13 juni:
Naar het Caledonian kanaal: 2 mijl

We gaan om 07.45 uur los en motoren naar de sluis met de laatste stroom van het opkomende water mee. Via de zeesluis en het voldoen van de formaliteiten (betalen van het passage-geld en de controle van de verzekeringspapieren), en dan nog een sluis (nummer 2 van de 29 in totaal), varen we naar de seaport marina in het Muirtown basin.

Na het ontbijt de stad in om wat rond te snuffelen en ook te zoeken naar een wifi-verbinding voor internet. De site moet nodig worden ge-upload. Ook het beloofde artikel voor de krant moet worden verzonden. Rob heeft hiertoe een leuk verhaal geschreven en er een foto van de boot bijgedaan. Geen wifi, dus dan maar via GPRS (is dus duurder!).

Morgen naar Loch Ness, we willen bij Urquhart castle liggen!


Maandag 14 juni:
Inverness naar Muirtown: 1 mijl!

Vanmorgen zijn we eerst naar de stad Inverness gelopen om de kaarten op het postkantoor af te geven, die we geleend hadden van Steve Hewitt uit Hartlepool. Daarna naar het enige internetcafe gegaan wat in Inverness aanwezig is. Daar konden we wel de email ophalen en in het gastenboek kijken, maar we konden de bijgewerkte site niet overzetten. Dit betekent dat het thuisfront nog even geduld moet hebben.

Om 11.00 uur de lijntjes los en naar de (swing-)brug gevaren, met de marifoon aangeroepen. Ja hoor we worden bediend. Of toch niet: want nadat we een paar keer de bellen van de slagbomen hoorden rinkelen, gebeurt er niets. De brugwachter maakt z'n excuses want de brug doet het niet meer. Niet lang daarna zijn er vier mannetjes erg druk. Kasten open schroeven, e.d. maar geen resultaat.
Rond half twee krijgen we te horen dat de brug met de hand bedient zal worden.('ellebogenstoom' dus). Nu is het zo dat achter de brug de Muirtown flight ligt, een complex met 4 sluizen achter elkaar die je naar een 20 meter hoger kanaal brengt. Aangezien we deze flight al hadden aangeroepen en de locks allen waren leeggelopen op ons niveau, moesten boten aan de andere kant blijven wachten totdat we geschut waren. Enfin, wij door de brug en de eerste sluis in. Rob en Jakob gaan aan de wal met twee lange lijnen. Elke keer als we een lock verder gaan, lopen ze langs de trap mee omhoog naar het volgende basin.
De sluismeester die ook de brug bedient samen met een assistent verontschuldigen zich nog voor het oponthoud, maar dit wimpelen we af en geven als dank voor de moeite die ze voor ons gedaan hebben (al die tijd sleutelen en niet gaan eten!) een zakje chocola voor bij de thee. Dit wordt in dank aanvaard.

Na nog tien minuten varen meren we af bij de Caley Marina, alwaar we gasolie tanken, geholpen door een lieftallige dame. Daarna langszij een prachtige tweemaster uit Australië afgemeerd voor de nacht.
Na het eten gaat Jakob wat oefenen met mijn trekzak en Rob en Peter lopen een uurtje rond langs het kanaal. Peter heeft maar gelijk wat bloemetjes geplukt want de roos van Marjan deed het niet meer. 
Om elf uur te kooi want morgen gaan we door naar Loch Ness!

 

Dinsdag 15 juni:
Muirtown to Fort Augustus: 28 mijl

Vanmorgen na het ontbijt eerst nog een naar het kantoortjeom het liggeld af te geven. Daarna afgevaren langs de mooie heuvels aan stuurbord en een diepe vallei aan bakboord ,waar de rivier Ness langs het caledonian kanaal stroomt vanuit Loch Ness. Als we de laatste bocht gehad hebben opent zich het meer voor ons. Wat een prachtig gezicht!

De zeilen omhoog en hoog aan de wind met een 1e rif en de genua op 60%. De wind is erg wisselend van richting en sterkte. Als Peter het leioog van de genua wil verzetten aan de lage kant (waar het dek het dichtst bij het water zit), krijgen we een lekker vlaag en ja hoor: het is Rob gelukt. De schoenen van Peter staan vol water en zijn broek is tot zijn knieën nat.

We zeilen door tot aan Urquhart bay waar het anker in de grond gaat. Een een boterhammetje met een glaasje melk (wat blijft dat koud in de koelkast!). Daarna hebben we Rob op een aanlegsteigertje afgezet, vanwaar hij naar het kasteel kan lopen om ons te filmen als er langs zeilen. Deze stukjes film zijn wel heel speciaal voor ons, want daardoor kunnen de meisjes thuis mooi meevaren!

Nadat we Rob weer hebben opgepikt, zeilen we verder naar Fort Augustus aan het eind van het Loch. De wind tettert lekker door van 5 knopen (windkracht 2) tot 29 knopen (windkracht 7). Lange slagen makend komen we rond zes uur in het stadje aan. 
Peter trakteert op een etentje. Het wordt de 'Loch Inn', waar het goed toeven en eten is. De TV wordt aan aangezet want er is voetballen: Nederland Duitsland. Er zitten Zwitsers naast ons en Denen van een marineschip aan de andere tafel. Met z'n allen lekker spannend genoten van de wedstrijd: 1-1 is de afloop.

We gaan weer te kooi met onvergetelijke herinneringen in ons hoofd.

 

Woensdag 16 juni:
Fort Augustus to Gairlochy aan het meer Loch Lochy: 23 mijl

Vanmorgen vroeg vertrokken uit Fort Augustus. Eerst nog wat boodschappen gedaan. Voor Joost heeft Peter een mooie speld gekocht voor op zijn kilt. Als we bij de slager zijn om gehakt te kopen, zie we een grote beker op de toonbank staan. Wat blijkt: deze slager maakt de beste 'haggis' van de gehele UK. Toch hebben we het maar niet gekocht (schapenpens gevuld met gehakt en kruiden). In de regen gaan Jakob en Rob lijnen, dat wil zeggen, ze gaan niet op dieet, maar lopen langs de kant met de boot mee. verbonden aan lange lijnen. Na op Loch Oich nog op de motor gevaren te hebben (wind tegen en geen ruimte om te laveren), gaan op Loch Lochy de zeiltjes omhoog. Een 1e rif en genua op 50%. ZW 4-5 soms 6 en met regen en heel zware luchten is het tocht goed zeilen. Prachtig zo alleen op het water tussen die hoge bergen.

Lekker nat maar later met een afnemende wind rif er uit, genua op 10%) lopen we om 18.35 uur binnen bij Gairlochy. We meren af aan een ponton. Niemand is meer aanwezig dus dan maar de rust verstoren. De generator van Walther aan en hoppa, daar is de stroom voor de laptops en de kachel.
Nadat we de kleren opgehangen hebben in de WC en de dieselkachel staat te snorren, nemen we een borrel en de kok gaat alreeds aan de slag. Pasta met gehakt, prei en uitjes wordt het. 
Geweldig gegeten en op tijd te kooi. Morgen naar Banavie.

 

Donderdag 17 juni:
Gairlochy to Banavie (top basin): (slechts) 5,4 mijl

We worden om half acht door de lockkeeper gewekt. Of we misschien om acht uur de sluis wilden gebruiken? Dat laten we ons geen twee keer vragen en daarna met een rustig vaartje gemotord naar Banavie. Twee sluizen en twee bruggen kom je dan tegen. Onderweg een lekker ontbijtje genuttigd.

Oh ja, wat gisteren ook nog apart was: de sluis van Cullochy is het hoogste punt van het caledonian kanaal: 32 meter boven de zeespiegel! De volgende sluis bij Loggan Lock is de eerste die ons weer laat zakken.

Om tien uur meren we af in het top basin van Banavie: aan de stekker en dus kachel aan om zeilkleding droog te krijgen.
Peter gaat naar een caravanpark om de was te doen: ongeveer 4 km wandelen verder op.
Jakob en Rob gaan naar Fort Williams om te kijken of ze daar de site kunnen uploaden en om boodschappen te doen: heen lopen en terug met de bus.

Peter gaat na de was langs het Moorings Hotel bij het sluizencomplex van Banavie. Daar hebben we namelijk de zeekaarten van Melvin naar toe laten sturen, die in Lowestoft te laat waren gearriveerd. Rachel: bedankt voor de attente service. We hebben nu de complete set kaarten aan boord van de rest van de trip. Vanavond wordt er niet gekookt: Jakob trakteert in de Lochy Inn.
Morgen om acht uur over de Neptune's Staircase (7 sluizen die ons naar beneden brengen) naar Corpach. Daar nog twee sluizen door tot we op zee-niveau zijn.

 

Vrijdag 18 juni:
Banavie - Oban (Ardantrive bay): 28,5 mijl 


Vanmorgen is de dag begonnen met een telefoontje. Om half zes krijgt Rob te horen dat een goede vriendin is overleden. Nu was Rob al van plan om de tocht hier ergens te beëindigen, maar het moet nu ineens direct worden gepland. 

Gekozen wordt voor Ardentrive Bay tegenover Oban.
De windverwachting is NW 5-6 met buien, het tij is goed dus om 08.00 uur de Neptune's Staircase af naar de zeesluis.
Nu is het zo dat de lockkeeper van Banavie ook zingt in een Schotse band. Dus bij de laatste trede van de trap van de sluis speelt Jakob op zijn trekzak en Peter zingt uit volle borst het lied "Wiskey in the jar". De sluismeester zingt langslopend mee! Hij heeft het druk, er moet ook nog een spoorbrug worden open-gedraaid. De zeesluis opent zich om 11.20 uur voor ons en we varen de baai van Fort William uit en Loch Linnhe in. Prachtig zeilen is het hier zo met de spinaker op!

We spoelen door de Corran Narrows langs Appin en meren om 17.00 uur af aan een ponton in Ardantrive Bay. Allemaal nieuw spul hier: elektra, water en douches (in een soort cabine met toilet en (elektrische) verwarming).
Na een heerlijke maaltijd, die voor de laatste maal door Rob wordt gemaakt, gaan we rond middernacht te kooi. Morgenmiddag vertrekt Rob met de trein uit Oban naar Glasgow om vandaar naar Amsterdam te vliegen. Zondagmiddag kan hij Ria weer vasthouden.

 

Zaterdag 19 juni:
We blijven in Oban: Rob vertrekt.

De trein van Rob zou om 16.00 uur vertrekken. Ria had via internet een ticket voor het vliegtuig geregeld en de details naar Rob doorgebeld. De vlucht zou relatief vroeg zijn zodat Rob reeds op zaterdag naar het vliegveld moet reizen, daar overnachten en dan 's morgens vroeg inchecken.

Eerst met een snel motorbootje van de jachthaven over varen van het eiland waar wij aan liggen (Kerrera) naar Oban. Het bootje heet Dirk en doet er 10 minuten over. Eerst vaart hij langzaam omdat er allemaal boten aan moorings liggen, maar op het vrije water gaat het in een sneltreinvaart. Er is een soort dienstregeling voor dat bootje: elke 2 uur 1x heen en weer. De laatste boot gaat om 22.10 uur niet laat, maar om 22.00 uur gaat zo'n beetje alles hier dicht.

Nadat we Rob op de trein hebben gezet nemen Peter en Jakob de watertaxi van 16.10 terug naar de Bonne Brise. Nu zijn er nog maar 2 over! 

 

Zondag 20 juni:
We blijven nog steeds in Oban: Marijke en Nico komen

Marijke (vrouw van Jakob) is met haar jongste broer Nico 10 dagen in Schotland. Ze zijn zaterdag in Engeland aangekomen met de boot uit IJmuiden. Met de auto van Nico zijn ze naar hun 1e verblijfplaats gereden ergens aan Loch Lomond.

Vanmorgen komen ze ons bezoeken en we hebben afgesproken dat ze met 'de Dirk' van 12.00 uur worden opgehaald. Rond 10.00 uur gaan Jakob en Peter al over om eerst wat boodschappen te kunnen doen. Op zondag zijn hier altijd wel een aantal winkels open.

Als we na het boodschappen doen in de richting van een gezellig kroegje lopen (er was nog tijd genoeg voor een kopje koffie) zien we op de boulevard de rode jas van Marijke en Nico stond er naast. Ze waren net gearriveerd en stonden de zaak te verkennen: oh daar zal het eiland moeten zijn, en.... oh ja dat is het rode Columba hotel; dan moet de veerstoep daar in die hoek zijn.

Na de koffie met Dirk naar ons eiland voor een gezamenlijke lunch. Marijke geeft de wifi-finder die ze heeft meegebracht voor Jakob en een grote zak drop (attentie van de moeder van Jakob). Ze worden op de Bonne Brise niet zeeziek hoewel er een flinke swell in de baai staat. Op de ferry zijn ze wel zeeziek geweest!

Om 18.00 brengt Dirk ons weer naar Oban voor een gezamenlijk dinee en een echte Schotse show die Peter en ik hebben uitgezocht. Om half tien vinden we het welletjes en nemen we afscheid van elkaar. We spreken af dat we elkaar (als het weer het toelaat) weer gaan zien in Tarbert. Die plaats willen we aandoen als we door het Crinan kanaal gaan.

 

Maandag 21 juni:
Van Oban naar Ardfern: 22 mijl

We vertrekken om 08.00 uur, in verband met het meelopende tij, richting Ardfern in Loch Craighish. We spinakeren lekker met NO 2-3. 
Als we bij de Sound of Luing komen zakt de wind in en moet de spi er af. Hier staat zo'n 5,5 mijl stroom (die we mee hebben!) en de draaikolken (eddies) zien er indrukwekkend uit.

Het motert trouwens wel lekker nu, er is namelijk gisteren een stuk visnet uit de schroef gehaald. We wisten wel dat er iets in zou moeten zitten want het brandstofverbruik was wat hoger dan normaal en soms pakte de motor geen toeren op bij het achteruitslaan.
Naast ons lag namelijk een groot motorjacht, de "Fleur d' Ecosse" uit Geurnsey. De eigenaar is de commander van de jachthaven aldaar. Nu was deze beste kerel in duikuitrusting bezig de onderkant van zijn boot te inspecteren. Het water is 5 graden Celsius!! Dus is Peter gaan vragen of hij soms ook een bij ons wilde kijken. En ja hoor: een stuk visnet werd verwijderd en na een extra inspectie door hem werd geconstateerd dat de kiel zowel als het roer en schroefblad allen nog aanwezig waren en in goede staat werden bevonden. (the Kings English).

Nadat we Craignish point gerond hebben gaan de zeilen weer omhoog: er is weer wind.
Rustig zeilen we langs mooie rotspartijen. Het verveelt nooit dit mooie uitzicht.
Aan het eind van de inham ligt Ardfern, een prachtige haven met moorings en een pontoon en ook hier water en elektra. We zullen hier waarschijnlijk een paar dagen moeten blijven want er zijn 'gales' uit een zware depressie in aantocht.

We gebruiken hoofdzakelijk de Navtex om de juiste weersinformatie te krijgen. Onze navtex is een zware doos van 15x10x15 cm (lxbxd). Daarin zit een soort radio-ontvanger die alleen signalen ontvangt van speciale zenders. De achterstag is de antenne. De ontvangen informatie wordt op thermisch papier geprint. De navtex is nu door Jakob geprogrammeerd op de kuststations van Ierland (Malin head) en de westkust van GB (Port Patrick). Die geven weerberichten, nautische informatie zoals: het licht van die en die boei is stuk en informatie over marine-oefening: life gunnery! en duikbootoefeningen. Als je daar moet varen moet je je melden!! Zij geven dan aan hoe je moet varen etc.

In Ardfern is een uitgebreide Chandlerey (winkel voor bootspullen). Tijdens het spinakeren zagen we dat de spi-val (waar de je spinaker mee hijst) schavielt over de voorstag omdat de val te laag uit de mast komt. De oplossing is dat er een blokje (katrol) boven de voorstag op de mast wordt gemaakt en dat er een aparte val wordt ingeschoren. Dat blokje en die val (27 meter) hebben we dus gekocht en alles gemonteerd. Weer een verfijning en verbetering aangebracht.

 

Dinsdag 22 juni:
Van Ardfern naar Port Ellen (op isle of Islay: het whisky eiland!): 42 mijl

Vanmorgen toch maar vertrokken, volgens de Navtex zal de depressie er pas vanavond zijn. Een gaatje in het weerbericht moet je altijd benutten!
Eerst even lekker onder de douche en rond 08.30 uur varen we af in een stralende zon met een klein windje (1-2 NNW) uit. Niet naar het Crinan-kanaal wat eerst een optie was maar naar Port Ellen. Dat betekent dat we later rond de Mull of Kintyre gaan (een wens van ons beiden al jaren!). Als je die Mull gerond hebt mag je Schotse hei aan je voorstag binden volgens Ben Hoekendijk (naast evangelist ook bezeild persoon). Dat willen wij ook! Vanaf Port Ellen op het eiland Islay is dat goed te doen.

Als we het Loch uit gezeild zijn en ter hoogte van de ingang van het Crinan kanaal, gaat de wind nog meer afnemen (is vaak teken voor de storm!). De stroom loopt flink mee en we zetten de motor bij. Dit gaat door tot we aan het eind van de dag de kaap van Islay ruim ronden. Veel rotsen hier die een eind uit de kust liggen. De wind trekt weer aan en we zetten de zeilen voor het laatste uur van dit traject.

Dit water mogen we de Atlantische oceaan noemen, want we zitten ruim boven Ierland dat we al vanaf vanmorgen konden zien liggen aan de horizon. We nemen hier een watermonster voor onze verzameling. We hebben inmiddels al water uit:
- de Noordzee (op Schotse grens);
- de Firth of Morray (hoogste punt van onze trip);
- Loch Ness (veel omdat Joost er ook van wil);
- en nu de Atlantische oceaan.

Als we de baai van Port Ellen inzeilen liggen de zeehonden apathisch op de kliffen. Later hoorden we dat de whisky-stokerijen gebruikt water met nog 1% alcohol er in op dit water lozen: vandaar de smile on the faces of the seaguls (en natuurlijk de zeehonden).
We meren af aan een drijvende steiger met stroom en water voor 12 pound per nacht (een koopje!).
Het is inmiddels harder gaan waaien en wat men heeft beloofd gaan we nu ook krijgen. Snel wat boodschapjes doen en dan eten.
's Avonds nog een muziekje gemaakt met zang en dan naar bed

 

Woensdag 23 juni:
We blijven in Port Ellen

Vannacht heeft het heel veel geregend en hard gewaaid. Na het ontbijt is de regen wat minder, maar de wind is nog steeds uit de NNE (6-7). We moesten eerst even pinnen, maar de bank bleek 's woensdags dicht te zijn. Wat nu, geen geld genoeg voor de  boodschappen of het liggeld en met de pinpas kun je hier niet betalen.

Dan maar lopen/liften naar Bowmore, een plaatsje 10 mijl verderop. Als we het dorpje uit zijn komt er een auto achterop. Jakob steekt zijn duim op en ja hoor, we mogen meerijden. We worden netjes afgezet in Bowmore met het advies, dat als we soms mee terug willen rijden, we ons dan in het Lochsite Hotel moesten vervoegen, alwaar men rond 12 uur zou zijn voor een soep en een bier.

Na een vriendelijke handdruk gaan we op zoek naar een bank. Gelukt! We hebben weer geld. Dus boodschappen doen. Daarna een bezoek gebracht aan de Bowmore Distillery. We kunnen een rondleiding krijgen om 14.00 uur, dus gaan we eerst maar een kopje soep eten in het aanbevolen hotel. Later komen ook de liftgevers aan onze tafel zitten. We wijzen het vriendelijke aanbod om mee terug te rijden af omdat we eerst naar de whisky-stokerij moeten. We hebben een gezellig gesprek en het blijkt dat John en Hazel een tijdje in Holland hebben gewerkt. Eigenlijk hebben ze overal wel gewoond en ca. 60.000 zeemijlen achter de kiezen. Nu zijn ze gepensioneerd en hebben zich gevestigd op dit eiland Isle of Islay (spreek uit: "eil of eila") . Nu houden ze toezicht op de marina en als ze vertrekken zeggen ze nog dat als er maar iets is waar ze ons mee kunnen helpen, we ze moeten bellen. Ze wonen vijf minuten verderop.

We gaan na het bezoek aan de distillery (een 17 jaar oude whiskey gekocht om zelf van te proeven) met de bus terug naar de boot. Nog steeds regen, regen en regen.
Op de boot eerst weer kaarten schrijven, waarna Jakob de site en Peter zijn dagboek bijwerkt. 

 

Donderdag 24 juni:
We zijn in Port Ellen gebleven.

De weersverachting die we van de Navtex kunnen aflezen was te slecht om de volgende trip te beginnen. Die zal ca. 12 uur duren, dus dan willen we in ieder geval met goed weer vertrekken. Zo'n navtex bericht ziet er bv zo uit:

NAVTEX MESSAGE    ==============   QB19
ROUTINE
240521 UTC JUN 04
MALIN HEAD CG RADIO

000129

GALE WARNING ISSUED BY MET EIREANN AT
0500 HOURS LOCAL TIME 24TH JUNE

SOUTHEAST GALES FOR A TIME ON ALL
IRISH COSTAL WATERS AND THE
IRISH SEA, OCCASIONALLY TOUGHING STRONG
GALE FORCE IN PLACES.

We krijgen die berichten nu van twee kuststations: Zoals het bericht boven laat zien uit Ierland (pal bovenaan bevindt zich Malin head. Het andere kuststation ligt midden aan de Ierse zee en is gesitueerd in Port Pattrick Beide stations vreten heel wat papier met al hun berichten over het weer en ook over de militaire oefeningen (submarines en life gunnery).

 

Vrijdag 25 juni:
We blijven in Port Ellen

Voor vandaag is het weerbericht twijfelachtig. Bij twijfel niet doen is het gezegde dat wij altijd hanteren. Later blijkt dat we wel goed genoeg weer hadden om de sprong naar Ierland te maken, maar ja. Als hadden komt is hebben te laat.
Verwaaid liggen heeft toch wel wat. Aan de ene kant de 'frustratie' dat je met de boot niet verder komt, en aan de andere kant de mogelijkheid om wat zorg aan de boot te geven en het achterland te verkennen.

We gaan vandaag met de bus naar Port Charlotte. Eerst met de gewone bus, daarna met de postbus. Het is ongeveer 3 kwartier rijden, maar vanaf Port Charlotte is het wel zo'n twee en een half uur lopen naar de Atlantische kust. Volgens ons is het aantal schapen gedeeld door het aantal inwoners ca. 1000: je ziet die schapen echt overal.

Na ongeveer twee uur lopen komt er een landrover achterop, een boer wil ons meenemen voor het laatste stuk naar zijn farm. De Kilchiaran Farm ligt aan de baai die wij willen bezoeken. In deze baai is Sint Columba ca 500 na Chr. aan land gekomen om bij de Kelten het Christendom te brengen. Dit feit legde hij vast door een kerkje te bouwen, zodat iedereen kon zien dat hij er was geweest.
Een restant van de chapel is nog steeds te zien met een intact doopfont en een wijwaterbakje.
Ook zijn er nog twee nissen achter in de gevel waar waarschijnlijk beelden hebben gestaan. Er liggen ook wat grafstenen waar we een edelman ?, een steen met een zwaard en een steen met een Celtic Cross in kunnen herkennen.

Na in de baai ons boterhammetje te hebben geknaagd, lopen we weer terug naar Port Charlotte. Als we er een uurtje over hebben gedaan (om de schoenzolen te verslijten) komt er weer een auto achterop, de tweede al vandaag.
Deze keer een luxe bak, dezelfde boer maar nu met vrouw en zoon: ze gaan naar Edinborough dit weekend voor de Highlandgames en een show van landbouwmachines. Zijn broer past op de dieren van de farm. Of we soms mee willen rijden?! Geweldig om te beleven dat er zulke aardige mensen wonen in zo'n ruig land.

In Bowmore nog even een pint genuttigd en wat gehakt gekocht voor bij de worteltjes. Lekker muziek gemaakt samen met de buurtjes. De buurvrouw blijkt ook een trekzakje te hebben met net wat meer knopjes dan die van Jakob. Dus er moet samen gespeeld worden! Heel gezellig allemaal, vooral als de Schotten van de andere boot komen zingen.

Jakob wordt ook tot bikkel van de pontoon verklaard. Twee jongens (locals) stonden St. Jakobsschelpen schoon te maken en toen Jakob ging kijken werd hem er een aangeboden: opeten gebaarden ze en één van de twee deed het voor.
Jakob liet zich niet kennen en at er ook twee zo vanuit de schelp op! Ze smaken zilt, pittig en fris. Daarna kreeg hij les in het openen van zo'n schelp: het dier stribbelt flink tegen door zijn klep goed dicht te houden.

Voor de avond nog even de trossen gecontroleerd want het gaat hard waaien uit het zuidoosten (8 bft) met veel regen is de verwachting.

 

Zaterdag 26 juni:
We blijven nog steeds in Port Ellen

Die weersverwachting klopte vanmorgen helemaal. Slecht weer: niet weg.

Dus website bijwerken, klusjes en 's avonds 2e helft voetbal gekeken. De locals waren voor Zweden.

 

Zondag 27 juni:
Port Ellen (Schotland) naar Bangor (Noord Ierland): 68 mijl

Vanmorgen om half acht vertrokken uit Port Ellen, het weer is nu rustig en de zee een stuk kalmer.
Gisteravond had wel wat. In de pub gezeten met een paar locals voor het voetballen. Holland-Zweden. De sfeer za er al goed in bij die lui, want als je de hele week op zee  zit te vissen, wat doe je dan op zaterdagavond? Juist, pintjes drinken. We besloten dus toen de wedstrijd was gestopt met 0-0 niet op de verlenging te wachten, want het werd steeds rumoeriger binnen. Met excuses dat we 's morgens vroeg weg moesten konden we ontsnappen.

Nu hadden we nog één probleempje: we konden de ansichten niet kwijt want er is geen mailbox. Het postkantoortje is dicht. Peter heeft een idee!
Je douchet hier in een ruimte die achter het huis is van een mevrouw die daardoor iets bij-verdient. Dus toen Peter vanochtend ging douchen, heeft hij bij het schaaltje met muntjes ('t kost daar 2,5 pond! voor een kleine maar zeer schone douche) een enveloppe neergelegd en een zakje chocolade eitjes van de "kadootjeskist". Met een geschreven vraagje of deze 'misis' misschien wel de kaarten op de bus kon doen. Nu we hier in Bangor liggen en het gastenboek van de site lezen, zien we een berichtje van Andrea uit Port Ellen: I've posted your mail. Thanks very much for the chocs! They are lovely. Leuk hé!

Nu wat over de tocht van vandaag.
Het begon met een klein zonnetje, maar al gauw kwamen er grauwe luchten. Met de regen veranderde ook de wind. Hoe meer regen des te minder wind. Dus toen we er tien uur moteren op hadden zitten, was de boot lekker schoongespoeld.

Na 5 uur varen waren we ter hoogte van het uiterste puntje van de landtong Kintyre: de beroemde Mull of Kintyre (Paul McCartney heeft daar een song over gemaakt). Door de regen konden we hem vaak niet zien en de vuurtoren was een witte streep. We waren er wel op het goede moment: bij de kentering van de stroom (die ging nu meelopen). Op elk ander moment staan er bij die Mull 'bakken met water, eddies en overfalls' je wilt het niet weten. Maar wij hadden nergens last van.

Naar oude gewoonte hebben we een bosje heide aan de preekstoel gebonden. Alleen degenen de de Mull hebben gerond mogen dit doen. Die hei hadden we in Port Ellen 'gescoord' en in een plastic zak meegenomen. Dit voor ons ook belangrijke ritueel dat werd uitgevoerd door Peter is door Jakob op de film vastgelegd.

Daarna zijn we 90 graden van koers gedraaid om recht de traffic lane over te steken naar Ierland. 't Is ter plaatse zo'n 12 mijl breed en naar 2 uur waren we aan 'de overkant'. 
De Schotse vlag werd weer verwisseld voor de 'Red Ensign'.

We zien nog wat zeehonden en ook sula's (grote sierlijke witte vogels met gele koppen) en (eindelijk weer) papagaaiduikers.
Rond 20.30 uur weren we af in de jachthaven van Bangor.

 

 

Maandag 28 juni:
Bangor - Ardglas (maar halverwege terug naar Bangor): 45 mijl

Vanmorgen eerst wat boodschappen gedaan en om twaalf uur uitgevaren om de maximale stroom mee te hebben zuidwaarts naar Ardglass. Een afstand van bijna 50 mijl om te overbruggen. De weersverwachting is niet zo best maar we gingen toch op weg.

De wind is SSW 5-6 dus we moesten laveren. Als de stroom mee gaat lopen bouwt de zee op: stroom tegen wind geeft een flinke zeegang.
Na vijf uur slagen maken waren we nog maar op ca. 1/3 van het af te leggen traject. De wind werd toen regelmatig Bft 7. Als we zo doorgaan zouden we pas rond middernacht op onze bestemming zijn. 
We besluiten om te keren en tegen de stroom, maar met de wind mee, terug te zeilen naar Bangor. Later knapt het weer wat op, de regen stopt en de zon creëert een prachtige regenboog.

Rond half tien vinden we een plekje in de marina. Jakob gaat direct met het eten aan de slag en het wordt (is altijd weer afwachten!) een lekkere macaronischotel met gehakt (vanmorgen gekocht bij de lokale slager). Ja goed en lekker eten is belangrijk op zee.

Voor het slapen gaan nog een borreltje en Jakob heeft nog even contact op de kortegolfzender.

 

Dinsdag 29 juni:
We blijven in Bangor

Vanmorgen besloten we om nog even rustiger weer af te wachten. Voorlopig geven ze nog steeds SSW 6-7 occasionally 8 op.

Als we bij het grootzeil naar de averij kijken die we gister hebben opgelopen tijdens die harde wind (bovenste slee van het grootzeil (zit het grootzeil mee vast aan de mast en kan door die sleetjes makkelijk gehesen worden)), komt er een oudere man langs. Hij maakt een praatje en wij vragen of hij soms een chandlery (scheepswinkel) weet waar wij nieuwe 'karretjes' kunnen kopen. Onder een kopje thee (onze thee vindt hij 'interesting') vertelt hij dat er alleen in Belfast een adres is: maar hij wil ons er met de auto wel naar toe brengen. Hij blijkt een gepensioneerde zeekapitein te zijn, dus de conversatie tijdens de rit is best interessant.

De juiste onderdelen worden gevonden en in een klein uurtje zijn we terug op de boot. Ze zeekapitein is weer een zakje chocolade en een sleutelhanger met klompjes rijker.

De reparatie is gauw gedaan en de rest van de middag de stad ingegaan voor wat groente (hebben ze nauwelijks keus in (in heel GB trouwens is dat al zo!)) en twee moten tonijn (even kort in hete boter bakken! mmmmm).

Na de maaltijd gaat Peter een wasje draaien en Jakob maakt nog wat contacten met zendamateurs via een relaisstation op het eiland Man.
Contact met (o.a.)
Tom: 2E0OMT Port of Willington
Bob: G2HKG Isle of Carla
Chris: MW0BHZ Isle of Anglesy
Peter: GI4NGQ Down Patrick (Nrd Ierland)

 

Woensdag 30 juni:
We blijven nog steeds in Bangor: 9 mijl

Alleen vanmiddag even wezen zeilen (9 mijl), gewoon de baai van Belfast op en neer. We vinden de weersverwachting te slecht om het volgende traject te gaan zeilen (we willen nu naar het eiland Man). Dat is minstens 10 uur.

Vanmorgen zagen we hem weer..... één van de zeehonden die in de haven tot bij de boot komen. Dit was niet sammy waarover in de brochure van de haven wordt gesproken, want die is aan één oog blind, waarschijnlijk ooit een klap van een schroef gekregen. Nee, deze was helemaal gaaf en keek vanonder de waterspiegel nieuwsgierig naar 'de dutchies'. 

Gistermorgen zag Jakob hem ook al. Eerst zag hij een vis boven water komen, maar de verbazing was groot toen direct bleek dat die vis in de bek van de zeehond zat. Even schudden en de vis gleed met zijn kop naar beneden het keelgat van de zeehond in. Jammer dat Jakob de camera op dat moment niet om zijn nek had.

's Middags hebben we elk een speldje gekocht van de 'black guillemot' (spreek uit gilliemot). Dat is een soort waterhoentje dat bovenwater net zo snel vliegt als onderwater. Het is in de zomer een zwarte vogel met op elke vleugel een grote witte vlek. Het heeft prachtige rode poten. Een koddig diertje, dat in deze haven totaal niet bang is van de mensen. Er zitten zo'n 10 paartjes. waarvoor men plastic buizen voor aan de kademuur heeft gemaakt, waarin ze nestelen. Peter heeft er een mooie foto van gemaakt.

Vanavond naar een pub geweest om het voetbal te kijken. Peter had zijn Portugal shirt aangetrokken die hij gisteren voor 3 pond had gekocht in de uitverkoop. Naast ons komen twee meisjes zitten die zeggen dat ze voor Portugal zijn. Ze hebben nog niet zoveel van het voetbal gezien, want ze komen net terug uit Nepal. Daar hebben ze elkaar ontmoet. Eén van die meisjes woont hier in Bangor en de ander is een Canadeese.  Peter  belooft dat hij zijn Portugalshirt aan één van hen geeft als Nederland onverhoopt zou verliezen.

Een aantal pintjes en een sportieve teleurstelling verder houdt Peter woord. We krijgen er elk een Guinnes voor terug.

Op onze weg terug naar de haven ziet Jakob nog een pub waar ze live Ierse muziek aan het maken zijn: dus naar binnen. We komen er uit met ...... nee dat niet: maar wel met een CD. Die staat nu op en de laatste woorden van deze dag worden op de site gezet en straks ge-upload. Morgen naar Belfast: de parades!!!!!

 

Donderdag 01 juli:
We blijven met de boot in Bangor en gaan zelf met de trein naar Belfast

Vandaag dus met de trein van Bangor naar Belfast gereden. Door de heuvels naar de grote stad met een diesel boemeltreintje. Op het centraal station in Belfast is het heel modern, zelfs met een 'hotspot' van BT: zie btopenzone.com. Jakob heeft een soort telefoonkaart gekocht voor 6 pond. Daar kras je een password op open. Dan met de wifi-verbinding inbellen op btopenzone.com en je kunt op 11 Mb/sec. internetten. Onze foto's waren dan ook heel snel op de site gezet. Dit is dus een zeer geschikte vorm van internetgebruik in de UK. Voor die 6 pond kun je 1 uur internetten (op hoge snelheid). We gaan dit op IoM (isle of Man) ook proberen.
Het geeft wel een opgelucht gevoel, eindelijk weer bij met de site: voor alle fan's thuis weer de mogelijkheid om met ons mee te kijken naar al dat moois onderweg.

Belfast kan je wel vergelijken met Amsterdam, veel jongelui in diverse outfits: gothic, heay metal, skaters, etc.
We hadden wel een apart gevoel om na zo'n lange tijd weer zoveel mensen en verkeer te zien. Een bustoer genomen om de  'aparte' plekjes te zien. NOOIT MEER DOEN DUS!!
Het was een oude dubbeldekker waarvan de uitlaatgassen achterin bleven hangen en de gids tetterde aan één stuk door op vol volume. Je kunt beter een een zwarte taxi nemen en een prijs afspreken met de chauffeur. Dat kost dan wel wat meer maar het is veel comfortabeler.

Het enig wat ons van de tour waard was, is de rit langs de wijken waar de katholieken en de protestanten wonen. Deze wijken worden afgescheiden door zogeheten 'peace walls': een metershoog ijzeren hek.Ook zie je straten afgesloten met containers of stalen poorten waar het leger controleposten heeft. De legerpost en het politiebureau zijn geheel afgesloten van de buitenwereld. Overal zie je tekenen van agressie en geweld. Veel muurschilderingen wijzen op acties uit het verleden. 

Na deze wrange realiteit zijn we in een restaurant gaan eten en daarna terug naar Bangor. Net op tijd voor de 2e helft van de halve finale voetbal: Tsjechië - Griekenland in de vertrouwde pub.Teruggekomen in de haven was de boot met sportvissers net binnengekomen. Van hen een paar makrelen gekregen om de zeehond mee te voeren. Jakob hield een vis boven het water en de zeehond kwam hem ophalen: Het dolfinarium is er niets bij.

 

Vrijdag 02 juli:
Van Bangor naar Port St. Mary op Ilse of Man: 62,6 mijl

Vanmorgen een gaatje in het weerbericht: SW 5 tot 6. Windrichting is goed voor Port St. Mary,  een tocht van ongeveer twaalf uur. Rond negen uur afgevaren in een zonnetje met SW 4-5. Als we de baai uit zijn ronden we Copeland nu tussen de eilanden en de kust door. Hoger aan de wind met een 1e rif gaat het verder. 

Na ongeveer vijf uur zeilen gaat de kust van Ierland ons verlaten. De eerste buien zijn al geweest als er een zware lucht achterop komt. Een 2e rif alvast er in en de gnua op 30%.
Op tijd zijn we er klaar voor, zware regen soms een bliksem en WSW 6 tot 7. We gaan met deze windrichting en diagonaal over het golfpatroon (golven worden nu al wel meer dan 2 meter hoog) als een speer. Dit levert een eerdere eta (geschatte tijd van aankomst) op dan eerder gepland. Soms lopen we wel 9 knopen over de grond.

Later op de dag zien we de contouren van Isle of Man opdoemen uit de regennevels.

Als we rond 20.00 uur bij het Calf of Man zijn, klaart het weer wat op en ronden we de zuidpunt ruim, want hier staat een hoge zee met veel brekers. We dansen richting Port St. Mary.

In de havenkom, in de luwte, zien we een vrije mooring. Jakob stuurt de boot er naar toe en Peter pikt het kleine drijvertje met de lijn van de mooring op met de pikhaak, trekt de lijn aan boord en maakt de punt van de boot aan de twee mooringlijnen vast. We zijn er.
De havenmeester geeft geen antwoord als we hem oproepen via de marifoon om te vragen of we hier wel mogen liggen, want het is een prive-mooring. Geen antwoord. Dus we gaan gewoon slapen.

 

Zaterdag 03 juli:
In Port St. Mary gebleven.

Vanmorgen de havengemeester aangeroepen over de VHF en gevraagd of we aan de mooring mogen blijven liggen. Hij wijst ons een plekje aan de East Breakwater, een hoge kademuur aan de zuid-oostkant van de baai.

Na afgemeerd te hebben met (erg!) lange lijnen (het verval is ca. 5 meter!) en een ontvangend welkom van de havenmeester, besluiten we het eiland te gaan verkennen. De havenmeester biedt ons een lift aan naar Port Erin voor de bus richting Douglas. Met een dubbeldekker zo'n drie kwartier over slingerweggetjes geeft je wel een goede indruk van dit land. Het is eigenlijk het Engeland van zo'n 50 jaar geleden. Douglas is een sjieke Victoriaanse stad met een hoog Scheveningen(boulevard)-gehalte. Veel grote huizen en hotels; er is hier ook veel geld want met het belastingklimaat en de vele banken lijkt IoM wel op Zwitserland.

Na een paar uurtjes banjeren gaan we naar het station. Een heel mooi oud stationsgebouw waar de stoomlocomotief al staat te puffen voor een rij statige houten wagonnetjes. Elke wagon heeft een aantal kleine compartimenten met elk een eigen toegangsdeur, beklede banken en mooie gelakte panelen. Deze rit duurt ook weer zo'n drie kwartier, maar geeft ons het gevoel dat we terug in de tijd reizen. Het geschommel en geratel plus af en toe de stoomfluit bij een brug, overweg of tunnel. Rond 18.00 uur zijn we weer op de boot. Kaarten schrijven, internet bijwerken en Jakob heeft ook nog een lekkere zalmmoot gebakken. Morgen naar Holyhead op Holy Island (Anglesey).

 

Zondag 04 juli:
Van Port St. Mary naar Holyhead: 46,9 mijl

Terwijl Peter een paar kleine reparaties uitvoert gaat Jakob naar de havenmeester om de schulden af te lossen. Die vertelde en passant nog dat er vorig jaar ook een Nederlands scip hier geweest was. Dit jaar waren wij de eersten. Er zijn niet veel schepen die oversteken naar IoM.

Rond twaalf uur afgevaren richting Holy Island. Een tocht van zo'n 8 á 9 uur met zo'n 50 mijl. Sinds tijden worden we weer eens verwend. Een lopende wind WNW 3 met veel zon zorgt voor een heerlijke zeiltocht. Na twee uurtjes draait de wind wat en kan de spinaker er op. Die blijft er ruim 3 uur op tot we bij de trafficlane komen die voor Holy Island langsloopt. Om die haaks over te steken moeten we onze koers wijzigen en de spi moet er dan ook af. We 'motor-sailen' (alleen grootzeil op als steun en op de motor) steken we over. We komen drie grote zeeschepen tegen: twee redelijk ver weg en één heel dichtbij. Jakob zet de radar aan om dit schip te plotten en ziet met de MARPA-functie dat de cpa (closest point of apporach) slechts één mijl is en dat we dat punt over 15 minuten hebben bereikt. Deze radar rekent dat mooi voor je uit (met eerdere versies van radar moest je dat zelf doen!). Deze functie gebruiken we ook als het mistig is, maar zonder mist is het ook een uitkomst.

Alles gaat volgens het boekje en de koers kan verlegd worden naar de baai van Holy Island als we de traffic-lane zijn overgestoken . De wind zakt in en het tijdstip van stroomkentering nadert, dus blijft de motor bij. Die stroom komt uit het zuiden de Ierse zee in met zo'n kracht dat we als een soort krab naar ons doel varen. Dat betekent dat je niet gewoon op je doel af kunt varen, maar dat je op een heel ander punt moet mikken om precies voor de haveningang uit te komen. Dit omdat de stroom je dus flink opzij zet. 
Rond kwart over acht gaan we langs de kop van de pier de marina tegemoet. Negen uur is het als we vastknopen.

Peter meert de boot verder netjes af en verzorgt de zeilen (spi had nogal wat zeewater geschept) en Jakob legt de laatste hand aan het eten (rijst was al gekookt en kip gemarineerd tijdens het laatste uur motoren). Dus kwart over negen: aanvalluh!

Morgen blijven we hier, want waar we ook heengaan, we zouden om ca. 02.00 uur in de ochtend wegmoeten ivm het getijde. Een dag later kunnen we blijven slapen tot 03.00 uur en daar kiezen we voor. We denken naar Pwllheli (kunnen we alleen uitspreken/nazeggen als we drie glazen whisky ophebben), dat is ongeveer maar 61 mijl (dus 12 uurtjes varen). Maar terug naar Ierland is ook een goede optie. De windrichting zal het voor ons bepalen.

Maandag 05 juli:
We blijven in Holyhead.

Gisteravond dus besloten om 1 dag te blijven liggen. We gebruiken het mooie weer om onze boot eens flink te luchten. Kussens naar buiten, zeilkleding naar buiten, en met de ventilatorkachel de punt en de hondenkooi doorgeblazen.Na het ontbijt gaan we boodschappen doen.
Peter neemt na terugkomst de motor onder handen. Hij ziet een paar scheurtjes in de V-snaar naar de dynamo. Na 18 jaar dienst mag hij ook wel eens vervangen worden. De reserve gaat er op en de oude gaat in een plastic zak zodat we hem mee kunnen nemen als we bij een garage een nieuwe gaan kopen. Controle van de waterpomp (impeller) geeft ons een goed gevoel dat alles er uit ziet zoals het er uit moet zien.

Na de lunch doet Jakob een tukje, hij heeft last van koorts vanwege een opkomende keelontsteking. Peter neemt de filmcamera mee en gaat op ontdekkingstocht naar een oud kasteelachtig gedoetje. Via het public footpath loopt hij langs de kust in de richting van de kop van het eiland. Na 1,5 uur komt hij met een mooie impressie op digitale film weer op de boot.

We wille morgen (erg) vroeg weg naar Arklow in Ierland. Niet omdat we persé de Ierse vlag in het stuurboordwant willen hebben wapperen, maar omdat we vandaar een goede optie hebben om richting Landsend te zeilen (bij de heersende windrichting in dat gebied).

 

Dinsdag 06 juli:
Van Holyhead naar Arklow (Ierland): 70 mijl

Vanmorgen om 03.15 uur vertrokken uit Holyhead. Het is nog donker en wind is er nauwelijks. De stroom loopt echter al volop. Na een half uur hebben we 4 knopen stroom mee en als een krab varen we bij de punt van het eiland vandaan. We sturen 275 graden en lopen over de grond 241! Als we vrij zijn van het land kan één man het aan dek wel alleen af. Jakob voelt zich goed fit en Peter gaat nog een paar uur te kooi. De stuurautomaat is op track gezet. Dat betekent dat hij de route volgt die Jakob heeft geprogrammeerd. Een route bestaat uit trajecten (legs) tussen zogeheten waypoints. Met een cursor zet je een markering op een bepaalde plek op de (elektronische) kaart waar je heen wilt. Dan zet je het volgende waypoint weer een stuk verder. Steeds zo dat de lijn tussen de waypoint (waarover de boot zal lopen) niet over rotsen, land of ondiepten gaat. Als er zo waypoints zijn gezet vanaf de vertrekhaven tot de bestemmingshaven dan worden die opgeslagen als een route. Ons apparaat heeft dan de mogelijkheid om een te veronderstellen bootsnelheid in te geven. Op basis daarvan berekent de computer in het apparaat dan hoelang de trajecten zijn en hoelang je er over gaat doen. Dus heb je dan een eta (estimated time of arrival). Tijdens het daadwerkelijk varen van de route berekent de computer de eta op basis van de werkelijke snelheid (op dat moment). De snelheid door het water houden we, als we op de motor gaan op ca. 5,6 knopen (= zeemijl per uur). De snelheid over de grond hangt af van de beweging die het water maakt. Als je de stroom mee hebt betekent dit dat het water waarin je vaart met je mee beweegt. Dus dan is de snelheid over de (Zee-)grond de som van de snelheid van het water en die van de boot. Als het water zelf met 4 knopen beweegt en je hebt die stroom mee dan loop je dus over de grond (naar je doel toe) met de snelheid van 4 + 5,6 = 9,6 knopen! Heb je een dergelijke stroom tegen dan kom je nog maar vooruit met een snelheid van 1,6 knopen. Vandaar dat het loont om zo uit te kienen dat je zoveel mogelijk de stroom mee hebt (op de plekken waar het het hardste stroom, want dat is op zee van plaats tot plaats ook erg verschillen (zien we in stroomatlassen)).

Onderweg op de Ierse zee drie zeeschepen gezien en één visser. Jakob gaat brood bakken omdat we in Holyhead alleen maar wit brood konden kopen. Peter bakt zijn eigen huidje buiten in de zon.

Later ziet Peter nog een paar dolfijnen, maar Jakob zit zijn Ierse repertoire op de accordeon door te nemen dus hij mist dit feestje.

Om vier uur meren we af in een leuke kleine marina. Peter probeert naar huis te bellen want zijn Marjan is jarig! Het lukt niet, we krijgen geen verbinding. Later bij het havenkantoortje is een aardige dame zo behulpzaam dat hij daar mag bellen: wat denk je?..... in gesprek. Peter probeert het wel vijf keer die middag en avond. Onze chocolade-eitjes als tegenprestatie worden in dank aanvaard. Peter heeft Marjan niet meer aan de lijn gekregen deze dag...... (sneu).

 

Woensdag 07 juni:
We blijven in Ardlow

Het waait nog steeds windkracht 7-8 ((near) gale), dus net als iedereen besluiten we te blijven liggen. Onze volgende haven in Ierland, Kilmore Quai komt daarmee in het gedrang! We gaan ons geplande meest westelijke punt van de trip missen. Dat gaat betekenen dat Port Ellen op Isle of Islay in Schotland onze meest westelijke haven is geweest.

Vandaag bezoeken we het kleine maritiem museum in Arklow. Deze plaats is altijd nauw verbonden geweest met de zeevaart. Het schip van Chicester (de Gipsy Moth III) waarmee hij als eerste solo rond de wereld voer, is hier gebouwd.

Verder oefenen we wat meer Ierse liedjes. Het zingen van Peter en het spelen van Jakob gaat goed vooruit, zeker als we daar de juiste condities voor hebben geschapen!

 

Donderdag 08 juli:
We blijven ook vandaag in Arklow.

Ja, Kilmore Quai moeten we vergeten. We moeten terug naar de UK, anders komt de planning in het gedrang. Uit het gastenboek hebben we begrepen dat sommigen zich daar zorgen om maken!

We maken een wandeling, kopen een reserve v-snaar, omdat de oude (18 jaar!) net vervangen is, bezoeken de bibliotheek voor een blik op het gastenboek en maken kennis met de vrouw van Harald skipper op de Pierina2, onze Noorse 'meedeligger'. Zijn vrouw heet Ashild met een rondje op de A.

's Avonds gaan we met zijn vieren naar een pub waar Andrea Rice zal optreden met Ierse muziek inclusief een harp. Jakob gaat toch mee ondanks zijn keelontsteking en koorts. 
Het begint om 22.30 pas, maar gaat door tot 01.00 uur! En dan te bedenken dat wij al om 5 uur de volgende dag weg willen......

Na twee nummers zat de stemming er al behoorlijk in. Andrea merkt dat er twee Noren en twee Dutchies aanwezig zijn en zingt een gevoelig nummer over Holland, Rotterdam, etc. Ze kan niet meer stuk bij ons. Jakob gaat terug naar de boot om een souvenier (de famous klompjes aan een sleutelhanger) op te halen en de videocamera. De 'cloacks' werden in dank aanvaard, en er worden verzoeknummers gespeeld (Whiskey in the jar (voor Peter), en Ragle tagle gipsy (voor Jakob). Er wordt gedanst en gezongen (wij zongen de NL-versie van 'het kleine café aan de haven'...). Jakob heeft het spektakel op video proberen te zetten. Deze opnamen worden echter eerst op onjuistheden gescreend voordat hij wordt vrijgegeven!

Veel te laat gaan we om 00.00 uur terug naar de boot. De Noren blijven nog (even?). Zij gaan morgen niet weg.

 

Vrijdag 09 juli:
Van Arklow naar Milford Haven (Wales): 89 mijl

Wat zien we als we om vijf  uur 's morgens op zee zitten? Een zeilboot met een rode buiskap komt naar buiten: de Noor gaat dus toch weg. Wij verwachten dat de co-skipperse zelf nog zeil ligt, want die kan dus echt niet tegen een glaasje rode wijn en zeker geen drie!

Ja 't zijn toch wel bikkels de zeilers! Of zoals we ook wel genoemd worden: SAFI's (sail addicted f**king idiots)

Twee dagen verwaaid gelegen met NW 7-8 soms 9. Nu zat er weer wat rust in de lucht, dus dat hebben we maar weer gepakt. Wat heet rust: er staat een woelige zee, met weinig wind. Op het ijzeren zeil dan maar weer. De verhouding zeiluren/motor-uren komt nu al aardig in de buurt van 50/50! Dat hadden we heel anders ingeschat bij onze voorbereiding.

Peter gaat weer te kooi en Jakob stuurt de Bonne Brise langs de banken het grote water op. Om negen uur komt Peter er weer uit. 's Middags gaat Jakob een paar uur plat. Zo blijf je fit en attent. Als Jakob er net in ligt komt er wat meer wind en hijst Peter de zeilen. Maar de motor blijft bij staan want met alle zeilen plus de motor lopen we slechts 4 knopen over de grond, we hebben er 4 knopen tegen. Dit blijft zo tot 's avonds zes uur waarna de tij(den) keren. En nou komt het...... Terwijl Jakob ligt te slapen komt er een hele school dolfijnen in de stroomdraad voorbij. Te ver weg om op de foto te zetten of op video. Ze springen steeds uit het water. Jakob vindt het wel toevallig dat telkens als hij er een niet is, Peter dolfijnen of zeehonden ziet, er geen (foto-)bewijs van heeft, maar wel dikker verhalen......

Rond vier uur is Jakob ook weer aan dek en met een kopje soep naderen we de kust van Wales. Als we om 20.00 uur de baai binnenvaren zien we veel petrochemische industrie. Maar ook prachtige ankerplaatsen. 
Zodra we door de sluis in de Milford Marina zijn aangeland liggen we in een knus vissersdorpje.

 

Zaterdag 10 juli:
Van Milford Haven naar Padstow: ca. 70 mijl

Voor vanavond hebben we de sluis geboekt van 22.25 uur.
Maar eerst lekker uitgeslapen en genoten. We bestuderen de 'post' van de Natex en besluiten vanavond te vertrekken zodra de sluis in actie komt. Die blijft namelijk dicht tot het een paar uur voor hoog water is (anders gaat er te veel water uit de marina en komen de boten droog te staan). We zullen vannacht moeten doorzeilen en daar verheugen we ons op. Alleen op die grote zee, vertrouwen op je boot, je ervaring en je skills. We gaan naar Padstow in Cornwall en dat is ruim 70 mijl (dus ongeveer 15 uur varen). Padstow kun je ook niet zomaar naar binnen varen. Het merendeel van de rivier staat droog bij laag water. Dus HW Padstow  +of- 2uur is het tijdslot waarbinnen we moeten aanlopen. Het is niet helemaal te voorspellen hoe het zal uitpakken. Het hangt af van de voortgang tijdens de nacht.

Eerst nog boodschappen doen en contact met het thuisfront: Marjan..... nog 8 dagen dan komen zij en Marijke naar de zuidkust van Engeland vliegen om een week met ons door te brengen. Omdat we vlak bij de gangway van de marina liggen komen er veel mensen langs de boot. Ook heel veel van hen maken een praatje en zijn erg geïnteresseerd in onze trip. Sommigen weten wat de hei aan onze preekstoel betekent en anderen vragen het. Ook ons spel en gezang wordt belangstellend gevolgd vanaf het terras dat vlak bij ons is.

Rond 21.00 uur gaan we naar de steiger waar we diesel kunnen tanken en blijven daar liggen tot de sluismeest ons een seintje zal geven. Het duurt even want twee grote Belgische vistrawlers moeten eerst naar binnen.
Om 23.05 zijn we buiten. en proberen we ons te oriënteren op al die lichtjes op het water: rode knippers, witte knippers, fel, dof, snel langzaam knipperend, enz. Al gauw hebben we door hoe het zit. We melden ons aan bij portcontrol (doet bijna niemand van de locals, maar uit hun reactie begrijpen we dat ze het juist erg goed vinden) en geven aan dat we door de east channel de baai willen verlaten. Men meldt dat er dan net een schip via het west channel binnenkomt nadat deze de loods aan boord had genomen.

Even later horen we hem aan de enorme cruiser waarschuwen voor een klein yacht  heading outbound. 

Nadat we de buitenboei zijn gepasseerd melden we ons af en we worden een goeden passage toegewenst. 

Er staat een Noordwester 4 a 5, dus bakstag wind als we om de ondiepten heen zijn. Onze koers wordt dan ca 12 uur lang 171 graden. Er staat nog een flinke holle zee en de wind is prima om ons met snelheden van 7 knopen van de golven af te laten tetteren. Het is opletten met sturen en we zetten dan ook de stuurautomaat op standbij en sturen zelf met de hand. De snelheid van de boot is dan toch hoger en de boot is rustiger (zo'n stuurautomaat is altijd net iets te laat met reageren). Als de wind regelmatig een dikke 5 laat zien, steken we het eerste rif. Net nadat het licht is geworden (ca. 03.30 uur) gaat Peter met kleren aan op de bank liggen om uit te rusten. Jakob ziet in de komende 2,5 uur het eiland Lundy aan zich voorbij trekken. Spookachtig donker land met een prachtige zwaarbewolkte ochtendlucht. Het is gelukkig niet koud, ook niet als het dauwpunt wordt bereikt.

Om 06.00 uur gaat Jakob plat en stuurt Peter de boot de oneindige verte in. Dat klinkt wat dramatisch maar we willen er mee zeggen dat het grandioos is zo helemaal alleen op zo'n grote zee te varen (scheuren eigenlijk). Hoewel..... op een gegeven moment moeten we uitwijken voor een vissersboot! krijg nou wat...

 

Zondag 11 juli:
Vervolg Milford Haven naar Padstow

Als we een paar uur verwijderd zijn van Padstow moeten we snelheid minderen, anders zijn we te vroeg!! Dat geeft in ieder geval aan dat we het ontzettend snel gedaan hebben tot nu toe en dat we in ieder geval dit komende tij naar binnen kunnen en niet op zee een paar uur moeten wachten (lagerwal met Bft 5!). Zoals gezegd: er ligt een zandbank (bar) waar op het moment dat we er aankomen zo'n 2,5 meter water staat. Je moet je voorstellen hoe de zee zich hier opbouwt bij NW 5-6! We trekken het 2e rif en de motor gaat een tijd uit. De fok rollen we op. Op alleen grootzeil gaan we op het eilandje (grote rots) en het landmark op de hoge kust af. Met deze snelheid is het nog 1 uur en 30 minuten naar het waypoint dat we net voorbij die rots hebben gelegd. Dan gaan we ca 1 uur voor hoogwater Padstow naar innen. Alles gaat goed en met 1.20 meter water onder de kiel schuiven we naar het dock.

Er staat 79 mijl op de klok na 13 uur varen, waarvan drie motor-uren:  niet slecht! We liggen in een haven met een hoog Volendam-gehalte. Veel toeristen, een uitgelaten sfeer een een schreeuwerd die probeert toeristen in zijn speedboot te krijgen voor betaalde trips.

Jakob gaat wat slapen en Peter neemt een douche. Daarna gaat Jakob douchen en op zoek naar een medical centre om morgen een arts te raadplegen over zijn blijvende verkoudheid.
Peter ligt nu al lekker te slapen terwijl deze tekst op de site wordt gezet.

 

Maandag 12 juli:
Van Padstow naar Newlyn/Penzance: 62 mijl

Vanmorgen stonden we vroeg op, er zijn dingen te doen: dokter, was, havenmeester, reisvoorbereiding. Na het ontbijt gaat Jakob naar het medical centre, zo'n kwartier lopen van de boot. Hij meldt zich aan en wordt ingepland om 09.20 uur. Dus in de wachtruimte country style bladen lezen. Om precies 09.20 wordt iemand omgeroepen waarvan alleen Jakob weet dat hij dat moet zijn. De naam Brederveld is moeilijk uit te spreken. De dokter stelt zich voor als dr. Moon: visiting doctor. Toen Jakob zei dat hij een visiting patient is, was het ijs direct gebroken. De diagnose levert een kuurtje anti-biotica op. Jakob vraagt de doktor hoe hij ém betalen kan: hoeft niet, alleen de medicijnen moeten worden afgerekend. Daar gaat weer een sleutelhanger met de famaous.....over in andere handen. De medicijnen worden even later aan het loket in de ontvangsthal in ontvangst genomen en afgerekend .

Teruggekomen bij de boot wordt het al weer drukker met toeristen. Padstow is een prachtig plaatsje tegen een heuvel gebouwd en vanuit alle straatjes kijk je toch weer op de haven waar het allemaal gebeurt! Ook zie je hier heel veel 'hanging basterds' (zoals wij de baskets noemen). Peter heeft de was al in de droger zitten en alles geregeld met de havenmeester: hij doet om 12.30 uur de (dock-)deur voor de haveningang open zodat we er dan uit kunnen. Wel laat als je aan een traject van 60 mijl begint, maar goed de weersverwachting is prima: NNW 3-4, dus ruim aan de wind naar beneden.

Nadat de was is nagedroogd aan de reling, we koffie drinken in de korte broek en natuurlijk muziek hebben zitten maken (applaus van de toeristen), bereiden we ons voor op de trip: koffie zetten, thee zetten, brood smeren, extra lijnen naar de wal er af, stroomsnoer opruimen, rif uit het zeil halen, motor oliepeil checken.

Om kwart voor een gaat de deur open en we kunnen naar buiten. Er blijft nu 2 meter water onder onze kiel als we op de motor door het geultje, en de monding van de rivier naar zee gaan. Prachtig is het landschap van Cornwall! Stranden in baaien, hoge glooiende heuvels met gemaaide korenvelden, afgewisseld met groene grazige weiden: kortom een rijk coulissen-landschap, waar sommige Nederlandse hedendaagse schilders hun pencelen bij af zouden likken.
Aan de wind gaan we, dichter bij de kust dan is voorbereid, maar veilig diep genoeg zonder verraderlijke rotspunten, langzaam naar beneden: de stroom loopt nog tegen.

Ons eerste doel van deze reis is het ronden van Landsend. Daar komen we eerder dan gepland aan vanwege de stroom die flink is gaan meelopen aan om ca 20.30 uur. We gaan tussen de Longships (vuurtoren die deze gevaarlijke plek afdekt) en de rotsen van het land door. Normaal zou dat niet kunnen vanwege heksenketelwater (kethels bothom) , maar nu is het allemaal erg rustig, ook bijna geen wind (de motor staat dan ook al weer bij). 

Jakob belt Martijn om dit moment met hem te delen. Na het ronden van Landsend op weg naar de baai waaraan Newlyn en panzance moeten liggen. het is inmiddels flink donker en we zoeken de cardinaal die ons naar de ankerplek moet leiden. Dat valt niet mee tegen een achtergrond van duizenden lichtjes. Ook de lobsterpotten in het water maken het ons moeilijk, het is goed uitkijken want je ziet ze pas in het schijnsel van het stoomlicht op de preekstoel.

Om kwart over twaalf gaat het anker in de grond voor de boulevard tussen Newlyn en Panzance. Het was een mooie (zeil-)dag.

 

Dinsdag 13 juli:
Van Newlyn/Penzance naar Helford River: 31 mijl

Vanmorgen afgevaren naar Helford River. Je moet eerst Lizard Point ronden, daarna weer afvallen richting NW. De wind zit mee, dus met een ZW3 gaan we lekker aan de wind naar Lizard Point. Onderweg passeren we een militaire luchtmachtbasis, waar men een prachtige show geeft met 12 straaljager. Steeds vliegen ze over in een andere formatie. Zo nu en dan doen ze rookpotten aan en krijgen we prachtig gekleurde rookbanen te zien. Misschien oefenen ze wel voor 1 juli Frankrijk? Het is echt een hoogstandje stuntvliegen wat ons gegund wordt. Jakob zit echt te kicken in de kuip!

Later wordt het weer gewoon zeilen en keert de rust weer. Rond 19.00 uur varen we de Helford River op richting moorings. Alles is vol en we willen niet achterin de baai voor anker gaan liggen als de 'mooringsofficer' aan komt aren. Het is een leuk jong meidje in een grote sloep die vraagt of we 5 minuten geduld hebben. Ze gaat iets voor ons regelen. Even later komt ze terug en inderdaad, we krijgen een mooring. Wij zijn even later lekker vast aan een boeitje en het 'lassie' krijgt een zakje chocola voor de extra moeite.

Na het eten pompt Peter de dingy op hangt de buitenboordmotor er aan en even later varen we richting pub. Bij het aanlanden is het opletten om je schoenen droog te houden!
Peter belt met thuis en met onze Engelse vriend Melvin om te horen wanneer hij zijn kaarten (die wij voor deze reis lenen als back-up voor de elektronische kaarten).

 

Woensdag 14 juni:
Van Helford River naar Falmouth: 8 mijl

Vanmorgen eerst met de bijboot naar de wal gegaan voor een paar boodschappen. Jakob gaat uit zijn dak want het motoren met een rubber opblaasding vindt hij wel leuk.

Als we gelukkig heelhuids aan lagerwal zijn geraakt, gaan we richting dorpje Helford. Dat betekent heuveltje op en heuveltje af over kleine Pieter Post weggetjes naar een samenleving van ongeveer 100 huisjes (= Helford).
De winkel om brood of melk te kopen is ook het postkantoor. Of is het misschien andersom? Buiten staat in ieder geval een groot bord aan de gevel "Postoffice".

Rond 12.00 uur varen we de rivier af onder zeil richting Falmouth. DIt is maar een ritje van twee uur, dus 's middags hebben we tijd genoeg voor 'sightseeing'. Falmouth is leuk, oud en erg druk. Kleine straatjes, heuvel op en af en veel mensen. We doen eerst wat boordschappen en als we nog een bezoekje brengen aan de Yachtclub wordt ons gevraagd om met kleurkrijtjes iets op de hanenbalken te schrijven. Veel buitenlandse zeilers zijn ons al voor geweest, maar er is nog een plekje vrij. Dus Peter zet onze gegevens er ook op.

Daarna aan boord genoten van een heerlijke maaltijd. Tonijnbiefstuk met bloemkool. Jakob kookt dat 't een lieve lust is en Peter maar afwassen!!

PS: we hebben natuurlijk ook weer heerlijk muziek gemaakt.

 

Donderdag 15 juli:
Van Falmouth naar Plymouth: 47 mijl

Om 10.00 uur vanochtend vertrokken uit Falmouth, het is mistig als we uitvaren. Net voorbij de marina kunnen de zeilen al omhoog, Z 4-5 later 6 is de voorspelling.
Voor de wind dus gedurende ca. 45 mijl. Maar dat ging het ons al (Voor de wind dus).

Net buiten de haven doemt er een windjammer voor ons op uit de mist. Het is de MIR uit Rusland, een driemastvolschip wat bezaaid is met mannetjes in het want en op de ra's die de zeilen opdoeken. 

Hierna zien we niets meer. De kust blijft de hele dag in de mist en op zee zitten wij in het zonnetje met zo'n drie mijl zicht.
Aan stuurboord zien we lange tijd een warship. Het is het vliegdekschip de "Entreprise". Er zijn hier veel oefeningen gaande in dit gebied en niet alleen de Engelse marine. We horen ook een Portugese fregat over de marifoon.

Als we nog maar zo'n zo'n half uur voor de eerste boei zijn verwijderd, die het westchannel of the Plymouth Sound aangeeft, zien we de kust opdoemen. Oer de marifoon hadden we al gehoord dat er een onderzeeër voor ons moest zitten, maar nu zagen we hem ook!

De baai binnen gezeild en tot voor de marina kan het zeil blijven zitten. Daar alles naar beneden en om 18.00 uur liggen we vast.

We gaan naar de bekende locale pub, aangeraden door de havenmeester, om onszelf te trakteren op een goed glas Guinnes en een lekkere maaltijd (barmeal). Het wordt geserveerd in een overdekt achtertuintje met een heuse vijgenboom, tomatenplanten en nog meer van die mooie dingentjes.

Nog nadeinend van de woelige zeiltocht is dit een mooi plekje. Ook heeft Peter Marjan nog een gebeld. Jakob heeft vandaag niet meer zoveel gehoest. De pillendoos van doktor Moon werkt blijkbaar. Dat moet ook wel want over drie dagen komen Marijke en Marjan een weekje bij ons aan boord.

Met een tevreden gevoel: "back to the boat and into kooi".

 

Vrijdag 16 juli:
Vandaag blijven we in Plymouth

Vandaag blijven we in Plymouth. We willen uitzoeken hoe we met de trein Marijke en marjan kunnen ophalen van het vliegveld uit Southampton. Zij komen maandag aan.
Ook zijn we met de spi-boom naar de Rig-specialist gegaan om te kijken of hij een nieuwe borgpal heeft. Hij zal op de zaak zoeken en als hij er geen heeft een nieuwe draaien (met draaibank). 
We hebben weer heel veel foto's en hier in de stad kunnen we weer een hotspot vinden van BT-openzone: dus we kunnen de site weer helemaal bijwerken!
Dat is dus niet gelukt, maar dat later.

Eerst gaan we met de watertaxi over de baai naar het oude centrum. De kade waar we afstappen was in 1620 de plek waar de "Mayflower" zijn beroemde reizen begon.
Als je door het Barbican Quartor loopt ben je in de middeleeuwen beland. Hier zijn ook de opnamen gemaakt voor de TV-serie "Onedinline".

Stug doorlopend komen we uiteindelijk bij het station en ook aan de nodige gegevens: vanuit Exeter gaat er een trein via Bristol naar het vliegveld van Southampton. Er is echter geen hotspot op dit grote station.

Na beraad besloten we dat Peter terug zou gaan naar de boot om te kijken hoever het stond met de spi-boom. Jakob zoekt nog verder naar wifi-hotspots en komt dan later met de boodschappen terug naar de boot.

Peter vindt de spiboom nog op de zelfde plek als waar hij 'em 's morgens heeft neergelegd. Antony moet een boot getuigd afleveren die te laat op de werf was. Hij verzekert Peter dat hij het vanavond zal afmaken zodat we morgenochtend weg kunnen.

Om zes uur als de watertaxi aankomt met Jakob zit Peter al op hem te wachten met een Guiness. Jakob neemt een dram en daarna gaan we naar de boot en vandaar door naar de bar van gisteravond voor (weer) een warme maaltijd. Daar hadden we niet tevergeefs vertrouwen in! 's Avonds weer muziek gemaakt, Peter z'n keel deed er zeer van (maar hij komt nu aardig los!!).

 

Zaterdag 17 juli:
Van Plymouth naar River Dart: 46 mijl

Vanmorgen om halftien de spi-boom gerepareerd teruggekregen, vijf minuten later varen we af.
Nu is er dit weekend hier in Plymouth Sound een spektakel bezig. De Honda "World Championship Powerboats" wordt hier georganiseerd.Twee gedeelten van de haven worden in geslag genomen door deze grote race-monsters.

Voor we vertrekken roepen we PortControl over de VHF aan, want we willen via het oostkanaal richting Dartmouth. Portcontrol vertelt ons dat de Plymouth Sound tot 15.00 uur afgesloten is vanwege de kwalificatieronden voor de powerboats. Maar als we langs de 'berm' zo dicht mogelijk langs de rotsen gaan dan is het okay. Er zijn diverse bootjes die het verkeer begeleiden en we worden dan ook goed in de gaten gehouden.

We motorzeilen de haven uit en de eerste 'race-bakken' scheuren ons voorbij. Als we bij de Shagstone zijn, melden we ons netjes af bij Long Room Portcontrol en gaan over op VHF 16 en daarna de zee op naar de River Dart.

Ruim aan de wind in het zonnetje. Aan de kust dichte mist! Een rak van twee uur spinakeren zit er ook nog in. Later op de dag ook weer regen en de spi moet er af: er is geen wind meer. Motoren wordt het laatste stuk naar de riviermonding. Hier blijkt maar weer dat de radar en de kaartplotter een hoge standaard aan de veiligheid geven. Langs de Sherriesbank in mist en regen zien we op de kaart precies waar we zijn moeten.

Voor de riviermonding ligt de "homestone", een boei die rotsen afdekt die onzichtbaar op je liggen te wachten. Als we River Dart invaren droogt en klaart het op. Langzaam varend langs marina's en veel moorings gaan we het land in. Zo ver als mogelijk is varen we door tot aan de "anchor rock". Hier gaat het anker in de grond.

Verder doorvaren betekent over ondiepten heen, waardoor je moet wachten op hoog water om weer weg te kunnen. Dit willen we niet want morgen is de laatste dag om alles te regelen voor de ontvangst van de dames.

Als we achter het anker liggen valt er een 'oorverdovende' stilte. Alleen wat vogels en af en te een blaffende hond hoor je. Veel bossen hier met af en toe een huisje. Na het eten gaat Jakob nog even spelen met het opblaasrubber. Later lekker muziek gemaakt in de kuip en voorbij varende kanoërs genieten mee. 

Als het bijna donker is roept Peter de "Stella Anna" aan. Dit is een oud houten viskotter die langzaam naar achteren drijft en al zijn meters ankerketting gaan zich nu strekken. De schiper belooft op te letten en rond twaalf uur gaan we te kooi. Om kwart over twee, een bonk en ja hoor de kotter ligt met z'n bazaangiek tegen onze voorstag. Peter in z'n onderbroek naar voren (het is toch donker) klopt op de romp van Anna. Jakob doet het deklicht aan en schijnt bij met de grote schijnwerper. De schipper goedemorgen gewenst en hij zal wat ketting hieuwen zodat wij vrijkomen. Zo zijn we de nacht toch nog veilig doorgekomen met een goede nachtrust.

 

Zondag 18 juli:
Van River Dart naar Exmouth: 26 mijl

Negen uur is het als we het anker geklaard hebben en de rivier afzakken naar zee. Bij het passeren van het kasteeltje op de punt van de estuary, komt er ook nog een zeehondje kijken. Het eerste stuk zeilen we nog op de reguliere wijze: grootzeil en genua. Maar na twee uurtjes kan de spi als genaker gevoerd meedoen. Dat trekt er toch wel aan en de tijd van aankomst wordt daarmee wel met driekwartier vervroegd. Dat is wel lekker want we moeten in Exmouth heel wat regelen. Hoe moeten we op tijd bij het station zijn, waar kunnen we een  Bed and Breakfast afgesproken voor maandagavond. Ook de boodschappen moeten worden gedaan.

Als we de monding van de rivier de Exe aanlopen blijkt het inderdaad dat we te vroeg zijn. We moeten tussen de zandbanken door echt goed het waterpatroon  (lees stroming) volgen, want het bodemprofiel verandert hier met de dag. Een aantal malen raken we de grond, maar kunnen gelukkig weer los en varen we verder de rivier op. Als we over de bar zijn (die is hier 1 mijl breed en lang) hebben we gelukkig weer genoeg water onder de kiel. In ieder geval weten we dat de dieptemeter exact staat afgesteld: als hij 0 aangeeft, voel je direct de grond!

We pakken een mooring en roepen de havenmeester op voor een plekje in het bassin. Hij vraagt of we om 15.30 uur willen terugbellen en dat we dan wel een plekje van hem krijgen. Dit is wel een gelukje want normaal ligt het bassin vol met locals. Maar nu is het vakantietijd en dus was er één plekje vrij. Rond half vier worden we opgeroepen via de VHF en de brug wordt voor ons gedraaid. Many thanks mr Keith! Later zorgt hij ook voor een B&B-adres, zodat we morgenavond een beetje privé hebben allemaal. Deze man heeft zijn chocolade cadeautje wel verdiend.

Toen we nog aan de mooring lagen zijn we uitgenodigd door een passerende zeiler om naar de yachtclub te komen vanavond. Er zijn hier niet vaak visitors uit het buitenland op deze rivier. Dus met wil blijkbaar wel eens een ander praatje. Toen we er 's avonds om negen uur aankwamen was er niemand meer. Dus maar een ommetje gemaakt langs de kade en met een vissertje staan praten: erg onderhoudend! Op de steiger maken we nog een praatje met de buurman die met zijn speedboot net van zee af kwam. Hij geeft ons tips om met onze vrouwen naar toe te gaan van mooie baaien, goede restaurants en pub voor het beste bier. Als we aan het afwassen zijn (was voor deze keer blijven staan ivm het bezoek aan de Yachtclub), klopt de buurman aan en nodigt ons uit voor een bier in de pub. Peter laat zich verleiden en gaat er een uurtje heen. Jakob werkt aan de site. Om half twaalf is alles rustig aan boord van de Bonne Brise. En morgen..... dan gaan we om 07.55 met de trein naar Southampton airfield, onze vrouwen komen een weekje vakantie houden bij ons.

 

Maandag 19 juli:
We blijven in Exmouth.

Vandaag is het zover! Vroeg op en na een ontbijtje in de benen naar het station. We moeten de meisjes ophalen van het vliegveld in Southampton. Het betekent dus de trein van 07.13 naar een plaatsje in het binnenland (Exeter St. Davis), dan de sneltrein richting London en overstappen te Salisbury. Dan weer een andere trein naar Southampton en daar overstappen op de trein die langs het vliegveld komt. Dit alles is een reis van 3,5 uur!

We zijn lekker op tijd op het vliegveld, dus zoeken we naar een hotspot voor de wifi-verbinding. Helaas, Jakob heeft voor niets zijn laptop meegesjouwd. Er zijn hier geen mogelijkheden (en dat voor zo'n grote stad!).Jammer het thuisfront zal nog even moeten wachten op de foto's.

Het vliegtuig landt met lichte vertraging om 14.00 uur met al zijn wieltjes veilig op de grond. Het verjaardagsgevoel (zoals Peter dat beschreef) wordt beloond, het kadootje mag worden geopend. De terugreis met al die overstapjes wordt door de dames enthousiast beleefd en zo wordt er van het mooie land veel waargenomen. Rond zeven uur zijn we weer op de boot.
Even uitpuffen met een glaasje wijn en daarna eten in de pub. Morgen gaan we naar Weymouth. Een stuk van ca. 50 mijl, ver genoeg om te wennen voor de dames.

 

Dinsdag 20 juli:
Van Exmouth naar Weymouth: 53 mijl

Vandaag de eerste dag op het water voor marjan en Marijke. Eerst hadden we een tocht van zo'n vijf uur in gedachten, maar de stoere dames wilden wel gelijk Portland Bill rond naar Weymouth.
Dit is nog altijd een tocht van 50 mijl, maar dan zit je wel in een grote baai met veel rivieren en leuke stadjes. Het wordt een lekker zeilrak maar alleen moet de motor er ook bij blijven, want de wind-tegen-stroom-verhouding is niet ideaal. Als we aan het eind van de dag de Bill ronden staat er zoals verwacht een zware stroom tegen. Dit geeft een ruw water met eddies (draaikolken) en overfalls (grondzeeën). Je kunt dit volgens de Reeds vermijden door of ver uit de kust, of juist dicht onder de kust te ronden. Dit laatste wordt door ons gekozen en in een redelijk rustig water met 4 knopen stroom tegen! kruipen we over de grond langs de landtong. Een paar mijl naast ons in zee zie je de "race" (de zware grondzeeën). Wat verder gaat de tegenstroom al minder worden tot aan 1 knoop, dus we motoren om 19.00 uur Weymouth binnen. De brug zal om 20.00 uur voor ons worden gedraaid.

Te weinig tijd om ergens te gaan eten en het wordt te laat om te wachten met eten. Er komt een goede inval: de dames gaan naar een take-away. Het is even zoeken maar om vijf minuten voor acht komen ze weer over de brug met lekker Indiaas eten. Het gaat weer echt op zijn "Bonne Brise":  afmeren in de marina en gelijk lekker eten.

 

Woensdag 21 juni:
We blijven in Weymouth.

Vandaag lekker uitgeslapen, maar daarna wel weer aan de bak. Eerst water tanken, douchen en dan boodschappen doen.

Jakob, Marijke en Marjan gaan eerst wandelen richting tuinen. Peter blijft aan oord want er moet wat gerepareerd worden. 's Middags gaat ieder stel zijns weegs. Uiteindelijk is het resultaat hetzelfde: over de esplanade en wat cadeautjes kopen voor thuis.

Peter en Marjan bespreken 's avonds een leuk hotelletje. Dus als we gaan eten met z'n allen heeft ieder het mooi privé bij het ter kooi gaan.

 

Donderdag 22 juli:
Van Weymouth naar Poole: 32 mijl

Vanmorgen om halftien was het bootje weer compleet en kon er gevaren worden. Voordat we de zee op gaan eerst maar even contact met de coastguard. Tussen Weymouth en Poole ligt aan de kust Lulworth Cove, dit is een baai die je alleen vanuit zee via een nauwe ingang kan binnenvaren. Een mooie plek om te ankeren en je boterhammetje te eten. Net naast Lulworth Cove begint een schietgebied de "Lulworth Gunnery Range". Zoals de Eierlandse gronden bij Texel en de Vliehorst zeg maar. Alleen wat groter. Als we nu Portland coastguard ons vaarplan melden, krijgen we helaas te horen dat er vandaag "life gunnery" is. Dus moeten we om het gebied heen (= zo'n 10 mijl extra varen) en zien de dames niets van deze mooie Cove.

Alle leed wordt weer verzacht als we Poole naderen. De witte rotsen doemen op uit zee en staan net als bij de Needles, los van elkaar en rechtop. Er zitten bij sommige grote gaten onder in, waar toeristenbootjes door heen varen.

Poole harbour is een hele grote aai waar veel grote scheepvaart door een goed betond kanaal vaart. Er zijn ook veel eilandjes met kreken waar wij er dus een van uitzoeken voor een ankerplekje voor vannacht. Het wordt Cleavelpoint, een heerlijk stukje natuur ver van alle drukte. Met droogvallende platen en veel vogels.

 

Vrijdag 23 juli:
We blijven in Poole.

Wat is het lekker op een stromende rivier achter je anker. De romp knispert en fluisterd als de stroom langs je gaat.

Veel is ook hier en als Peter met marjan in de dinghy naar de kant gaat om wat land te verkennen, probeert Jakob er een paar te verschalken. Proberen dus, want ze bijten niet!

Om elf uur zeilen we naar een marina om water te tanken, te douchen en boodschappen te doen. Hier is het totaal anders dan in de kreek. De hele haven ligt vol glimmende powerboats. Tussen deze boten voelen wij ons een vreemde eend in de bijt.

Eind van de middag terug naar 'onze' kreek voor een heerlijke avond in de mooie natuur. Jakob en Marijke gaan nog in het bijna donker een uurtje varen met de dinghy.

 

Zaterdag 24 juli:
Van Poole naar de Beaulieu River: 35,5 mijl

Het is weer een prachtige zonnige ochtend als we opstaan. Nog even land verknnen, daarna onder zeil naar Isle of Wight. Dit is weer eens een kadootje, halve wind WZW 4 met zon. Voor ons zien we de witte kliffen van Wight steeds groter worden. We koersen eerst boven de punt van het eiland langs om de Needles goed te kunnen zien. Daarna gijpen we en ronden de grote roodwitte vuurtoren om daarna de Solent in te varen.

We besluiten om eerst een Yarmouth aan te lopen voor water en het dorpje te bekijken. Dan zijn Marijke en Marjan in ieder geval nog even op Wight geweest.

Om vier uur varen we af naar de Beaulieu River. Inmiddels zit de wind dik in de 5 en met alleen de genua op lopen we 7,5 knopen. Wind met 2 knopen tegenstroom geeft een woelig water maar de meisjes hebben het naar hun zin.

Als we de riviermonding invaren valt er een rust over ons. De Beaulieu Rier meandert door het land langs prielen en slenken, aan de kant mooie bossen.
We pakken een mooring bij Bucklers Hard. Een omkleden en dan naar een restaurant met het bijbootje. We leggen het bootje langs een houten beschoeiing waar nog wat bijbootjes liggen.

Als we om elf uur terugkomen is het lachten...... De dinghy ligt in de modder.... 2, meter lager aan de voet van de kade. Helemaal alleen. We trekken het bootje met motor en al omhoog en sjouwen het naar een plekje waar we weer in het water kunnen.
Dan nog even twee keer heen en weer varen en we zijn weer allemaal aan boord. Een maantje er bij en lekker zitten in de kuip. Dit wordt de laatste nacht voor onze vrouwen aan boord van de Bonne Brise.

 

Zondag 25 juli:
Van de Beaulieu River naar de Hamble River (Southampton): 8,6 mijl

Vandaag is het dan zover: Marjan en Marijke moeten weer naar huis.
We zeilen de Beaulieu River af naar Hamble. Daar vandaan met de taxi in 20 minuten naar Southampton airport.

Zeilend over de Solent is het net of je op de Hiswa bent. De ene boot is nog groter dan de ander. Dit alt nog extra op als we de Hamble Point Marina binnenaren: daar zijn wij maar een klein bootje tussen al dat high tech spul.

Na wat bagage inpakken blijft er nog tijd over. Marjan en Peter gaan een stukje wandelen langs de rivier over een public footpath die langs een soort kwelder loopt. Zo komen ze vlak bij Hamble, een soort Wassenaar van Southampton.

Daarna wachten we onder het genot van een drankje op de taxi. Het terras kijkt uit over de (volle) haven. Kwart over vijf moet het vliegtuig vliegen, maar daarvoor is het nog even spannend omdat men Marjan niet wil inchecken. De naam op de ticket is Van Leeuwen en op haar identiteitskaart staat alleen haar meisjesnaam. Daar moeten hogere machten over beslissen. Na veel gebel mag ze toch het vliegtuig in onder de restrictie dat als ze op Schiphol teruggestuurd wordt, ze dat zelf moet betalen. Natuurlijk op Schiphol geen problemen! Ze belt 1,5 uur na hun vertrek op dat ze in de auto van Walter en Marjolein zitten die hen kwamen ophalen, en.... dat het grijs weer is met 15 graden. Dus niet zo lekker als dat ze de afgelopen week gewend waren.

Het is wel vreemd aan boord zonder de dames.

 

Maandag 26 juli:
Van Southampton naar Portsmouth: 11,6 mijl

Vanmorgen om kwart over negen belde Rob, hij was net geland in London en nam nu de trein naar ons toe. Rond half twee staan we bij de poort als hij arriveert. Eerst maar even een lunch achter de kiezen stoppen en daarna naar zee.

Er staat totaal geen wind dus dan maar weer motorzeilen. Het is toch wel een leuk tochtje, want Rob heeft genoeg nieuws te vertellen over het thuisfront.

Om vijf uur lopen we Portsmouth binnen. Het is een drukke haven, veel ferry's en ook marineschepen. Hier is Peter een aantal jaren geleden met Marjan en Joost naar de HMS Victory, het vlaggeschip van admiraal Nelson,  gaan kijken. Het ligt er nog steeds.

We meren af in de Gosport Marina. Dit is naast de beroemdste scheepswerf van de UK en misschien wel van de hele zeilwereld: Camper & Nickolsons.
Hier is het ook dat we onze Engelse zeilvriend Melvin zullen ontmoeten. Om 19.00 uur komt hij aan boord. Na een drankje gaan we met z'n allen naar de Castle Inn voor een vismaaltijd. Dan nog een biertje in het clubschip van de Haslar Marina. Dit is een oud lichtschip, de "Mary Mouse II". Op een bankje in het gangboord genieten we van het uitzicht over het water: een zee van lichtjes.

We nemen afscheid van Melvin en spreken af dat hij ons morgen komt ophalen voor een bezoekje aan zijn "Pacemaker".

 

Dinsdag 27 juli:
Van Portsmouth naar Eastbourne: 54,6 mijl

Vanmorgen ging Peter om zes uur al douchen. Aan oord van de Bonne Brise is het nog een grote stilte: iedereen slaapt verder nog. Daarna zit hij in de kuip zijn dagelijkse sinasappeltje te pellen als hij rook achter zich ziet. Eerst nog wat magertjes, maar al snel een vette dikke rookkolom. Ook zijn er nu ploffen te horen en laaien de eerste vlammen hoog op. Om zeven uur is het een enorme vuurzee geworden met veel geknetter en geknal. Een grote loods staat op ongeveer 1 mijl bij ons vandaan in de fik. Melvin vertelt later dat het een fabriek voor kunststof vuilcontainers is die in de as is gelegd.

Melvin haalt ons om 10 uur op voor een bezoekje aan zijn schip. Een 41 foot flushdeck met veel ruimte beneden en alles best wel stevig uitgevoerd. Een snel schip!
We geven hem de geleende kaarten terug en ook een kadootje voor Laura zijn vrouw en een Hollands flesje voor Mel. Na de koffie terug naar de Bonne Brise en om 11 uur zitten we weer op zee.

Stralende zon en mooie luchten, maar geen wind. Motorzeilen dus, zo'n tien uur lang richting Eastbourne net om Beachy Head heen.

Gelukkig voor ons is het rustig weer en kunnen we door het "Looe Channel". Dit is een geul tussen de zandbanken en dat scheelt ons nogal wat mijlen. De hele weg hebben we 1,5 mijl stroom mee en dat schiet dus lekker op. 
Om 18.00 uur passeren we de nul-meridiaan en zijn we weer op onze eigen helft!

Een half uur later ronden we Beachy Head met zijn mooi witte kliffen. Om kwart over negen meren we af in de Souvereign Harbour. Gegeten hebben we al onderweg dus we kunnen meteen muziek maken. De havenmeester bedankt ons voor de muziek als we hem het havengeld komen betalen: hij had op zijn balkonnetje mee zitten genieten.

In deze marina zien we de eerste concentratie Hollanders. De vakantietijd is duidelijk begonnen en er zijn hier twee groepen toerzeilers die richting LandsEnd willen.

We moeten morgen weer vroeg op dus om half twaalf wordt het stil op ons bootje.

 

Woensdag 28 juni:
Van Eastbourne naar Dover: ca. 50 mijl

Zeven uur, douchen. Negen uur op zee, zoo hoort het ook. Richting Dover gaan we nu. Er staat een matig windje pal tegen, dus maar weer motorzeilen. Elf uur lang horen we gebrom onder onze voeten en dan zijn we bij de ingang van Dover.

Dover is een zeer drukke haven waar 8 ferry's tegelijk kunnen "docken". Daar komen dan nog eens 3 fastferry's bij en dit gaat constant door. Een Schiphol op het water, zoiets dus.

Als we de West entrance naderen roepen we PortControl op voor instructies. We mogen door, inmiddels staat er een OZO-5, dus met hoge snelheid, grote golven en een flinke stroom dwars, tetteren we naar binnen. We gaan het Granville Dock in. Een aardiger havenmeesteres geeft na een prettig marifoongesprek ons een plekje aan een drijvende steiger in de oude stad.

Inmiddels is het 21.15 uur, dus we lusten wel wat. Rob trakteert en onze havenlady beveelt ons een goed visrestaurant aan, de "New Cullis Yard". Dit is een oude scheepswerf, de loods is bar, eetzaal en keuken. E de sleephelling naar het water is het terras. Heel gezellig allemaal. De tijd die we moeten wachten is net zo lang als het eten lekker is: dus erg lekker!!

Rob neemt als dank een verpakt lekker hapje mee voor de havenmeesteres, die verrast is door deze geste. Zij moet nog werken tot 06.30 uur morgenochtend, dus dit wordt wel gewaardeerd.
Nu te kooi, morgen naar Frankrijk!

 

Donderdag 29 juli:
Van Dover naar Calais: 26 mijl

Een prachtige zon staat er als we opstaan.
Na het ontbijt nog even de stad in, ansichtkaarten kopen voor het thuisfront. Hier zie je in de stad tussen oude huizen ook veel plekken met nieuwe architectuur. Ook weer zo'n bewijs dat er hier in de oorlog veel kapot is gemaakt.

Om tien uur nog even tanken en dan aanmelden bij PortControl. Na toestemming tussen de ferry's door naar buiten.

De radar heeft zijn nut allang bewezen en deze keer draait hij ook weer dapper zijn rondjes. Het is mistig en het zicht is niet meer dan 1 mijl. We moeten hier twee trafficlane's oversteken en dan ook nog langs de vaarroute van de veerboten Dover-Calais vv.
Rondom zien we niet veel maar op het scherm zijn de scheepsbewegingen goed waar te nemen. Als er binnen een bereik van 1 mijl op het scherm een boot is genaderd, doemt hij dan ook werkelijk op uit de mist.
De plotter van de radar (marpa) geeft exact de positie, koers en snelheid van het object en berekent wanneer we het waar op het meest dichtbijgelegen punt passeren. Daarmee kun je dus een beetje vooruit in de tijd kijken. Ja met die radar hebben we een grote mate van extra veiligheid aan boord!

Na 5 uurtjes varen doemt vlak voor ons de kust op. Nog een klein uurtje en we meren af aan een mooring voor het Bassin de L' Ouest. Het opblaasrubber wordt weer uitgepakt en we staan op Franse grond.

Na een terrasje lopen we door het oude centrum op zoek naar een eetplekje. Peter trakteert in Café du Paris, een gezellig restaurant met lekkere dikke kussens op de bank en een open pui. Lekker eend eten en mensen kijken.
In het donker terug naar de boot en nog wat muziek gemaakt uiteraard.

De hele dag, maar ook de nacht, gaan hier de veerboten af en aan. Het is hier nog drukker dan in Dover, want de haven is kleiner met meer scheepsbewegingen. Aan de mooring kun je het allemaal goed bekijken en soms draait er een ferry vlak voor ons, om goed voor de 'ramp' te komen of zee te kiezen.
Als Rob en Peter uitgekoekeloerd zijn en ter kooi gaan, ligt Jakob al te snurken (dit heet voorbereiden voor de nieuwe tocht!).
Om twaalf uur is het stil aan boord, maar niet in de haven!

 

Vrijdag 30 juli:
Van Calais naar Nieuwpoort: 31,9 mijl.

Calais 's morgens vroeg om 08.00 uur. Rob en Peter gaan met het opblaasrubber naar de kant: boodschappen doen. Jakob blijft aan boord om op te passen en om zijn gevoelige longpunten te sparen. Het is nog erg stil op straat en lekker fris, de zon staat er wel maar  er is nog een koelte van zee.

Als ze terugkomen eten we stokbrood met ham en augurkjes...... genieten dus. Daarna bootje opgevouwen en om elf uur gaan we los van de mooring, naar zee.
Nieuwpoort moet het worden, normaal ongeveer 6,5 uur. Nu met de spinaker en stroom tegen wordt het 7,5 uur.
De hele dag tot voor de haven kan de spi blijven staan. Het laatste stuk als genaker. Door  hoog aan de wind over de Trappegeer te zeilen, dit is een zandbank waar we net over heen kunnen qua diepgang, snijden we een stuk af en kan de zeilvoering blijven zoals die is. Later vallen we iets af, nu met de koers recht naar de haven, en pakken we de trekzak om te spelen en te zingen. Al spelend lopen we in op een tweemaster uit Brussel. Later bij het dieselponton krijgen we nog een compliment van hen.

Om kwart over zes meren we af bij de KYCN in box nr. 13 (op vrijdag......). We zijn niet bijgelovig dus dat doen we maar. Nadat we de dames gebeld hebben dat we weer heelhuids aan lagerwal zijn geraakt (WSW-3), geeft Jakob ditmaal een maaltijd weg in het clubhuis.Heerlijk buiten op het terras gegeten en genieten van de "meeuwen".

Het is moeilijk om op tijd weer ter kooi te gaan.

 

Zaterdag 31 juli:
Van Nieuwpoort naar Blankenberge: 16,4 mijl.

Als Peter en Rob om half negen Nieuwpoort inlopen is het nog heel stil. De eerste winkeltjes gaan net open. Brood en vlees worden lekker vers ingeslagen, alleen het wachten op postzegels in het postkantoor neemt tijd in beslag. Een lange rij voor één loket. Maar ja, de kaarten moeten verstuurd!

Nieuwpoort is in het oude centrum nog mooi origineel gebleven, het is er prettig wandelen en ze lopen een rondje om voordat ze terug gaan naar de boot.

We hoeven niet vroeg weg ivm het tij. Om twaalf uur varen we uiteindelijk uit en direct buiten de pieren kan de spi er al op. We voeren hem als genaker tot voor de deur van Blankenberge.

Langs de kust is het één groot lint van badgasten en appartementen. Het is van Nieuwpoort naar Blankenberge 16 mijl dus om drie uurr meren we af bij de VNZ (de 'vrije noordzee zeilers'). Het is hier erg druk, zowel op de kant als op het water. We liggen drie breed voor de kant en 's avonds liggen er nog twee boten tegen ons aan.

Op de kant een brievenbus gevonden dus de kaarten kunnen weer naar huis en het werk (je moet ze jaloers blijven houden!). Na een rondwandeling landen we op een terrasje en gaan welverdiend mensen kijken
Een muziekje maken in deze drukke haven levert veel bekijks van de 'promenerende' toeristen op. De Belgische VVV kan weer blij zijn met ons.
Jakob heeft dit keer gekookt (en lekker...) en met volle buiken voelen wij ons al een beetje "Belg uit Vlaanderen".

Morgen naar Stellendam, een redelijk grote stap naar huis van ca. 55 mijl.

 

Zondag 01 augustus:
Van Blankenberge naar Stellendam: 56,8 mijl.

Er staat een lekker windje als we uit Blankenberge vertrekken. Alleen is die NO 3-4, dus pal tegen. Dan maar motorzeilen tot de koers na 25 mijl zo kan wijzigen dat er alsnog gezeild kan worden. Dit blijft zo tot aan de sluis van Stellendam. We lopen lekker door de golven en we doen nog een 'wedstrijdje' met een collega die we (gelukkig voor ons zeilersego) oplopen en voorbij zeilen.

Een beetje vreemd gevoel vandaag. Nu in België, vanavond terug in Nederland. Twee maanden prachtige dingen gezien en veel meegemaakt. Veel aardige mensen gesproken op heel verschillende plekken. In steden als Grimsby, waar je het verval van de visserij ziet. Maar ook in West Schotland op het eiland Kerrera en Isle of Islay, waar het nog ruig is en de mensen op elkaar zijn aangewezen.
Ierland en Schotland zijn landen waar men de muziek waardeert en gelukkig ook onze muziek. Op het eiland Man is het nog alsof je in het Engeland in de jaren vijftig bent. Zuid-Engeland met al zijn mooie riviertjes en baaien: we zullen ze missen.

Toch een dubbel gevoel omdat we thuisfront ook gemist hebben en we straks het zee-leven weer verruilen voor het landleven. Fijn om weer thuis te komen, jammer dat deze tocht ten einde loopt.

Als we om 21.30 uur Stellendam binnenlopen heeft ook dit tochtje zijn eind gevonden. Voor de aanloop naar de sluis is Rob onder helling gaan koken en als we afmeren is de tafel gedekt! Lekker smullen en genieten.
Na de maaltijd de boot verzorgd (elektra aangesloten, dek met zoet water afgespoeld, afgewassen en opgeruimd). De havenmeester is hier alleen aanwezig van 08.00 tot 20.00 uur.
Morgen gaan we om 07.00 uur vertrekken richting IJmuiden, dus die havenmeester gaan wen niet zien.

 

Maandag 02 augustus:
Van Stellendam naar IJmuiden:  60 mijl

Vanmorgen om kwart over zes uit de veren, douchen (Peter had de code gisteravond 'toevallig' gehoord, diesel uit de jerrycan overgegoten in de tank, elektra opruimen en vertrekken. Om vijf over zeven liggen we in de sluis met drie visserschepen (makreel) en een zeilcollega.

Als we uit de sluis komen is er nog steeds geen wind van betekenis en het beetje dat er staat is nog tegen ook, dus we blijven motoren. De licht ochtend nevel benadrukt de stilte op het water.

We motoren tot aan de Nieuwe Waterweg. Dan zit er al 25 mijl op, de wind gaat nu wat doen. NNO3 wordt het, dat betekent och weer motorzeilen tegen de stroom in.

Ter hoogte van Kijkduin gaan we zeilen. Slagen maken en op de kaart omhoog kruipen naar IJmuiden. Rond vier uur stoppen we hier mee want we willen op tijd in de haven zijn, anders is het te laat voor een restaurantje. Kwart over zeven meren we af in Seaport Marina. 

Nederland is klein, nog geen kwartier nadat we vastliggen komen er al vrienden uit Lemmer binnenvaren: Henk en Sonja met de kids. Zij zijn de eersten die ons in Nederland ontvangen.
Na het eten (een chineesje deze keer) gaan we aan boord bij hen met trekzak en laptop. Eerst muziek gemaakt en dan foto's kijken en verhalen van onze reis. We vinden bij hen een geduldig oor tot diep in de nacht!

 

Dinsdag 03 augustus:
Van IJmuiden naar Huizen:  31 mijl

Prima zeilweertje als we wakker worden. Als je tenminste langs de kust wil varen, Oost 3. 
Dat is op het noordzeekanaal dus pal tegen. We motoren er dapper op los en gebruiken de tijd met wat kuiswerk en spullen inpakken..

Het is wel een lekker gevoel om hier het land in te varen, steeds drukker wordt het als we de Oranje sluizen naderen. Veel zeil- en motorboten die de vakantie net begonnen zijn. Voor ons zit het er op, maar de tocht gaat in ons hoofd nog steeds door.

Lekker dat we vanavond al onze dierbaren weer ontmoeten. Telefonisch afgesproken dat we om kwart over zeven bij Restaurant Haven van Huizen zullen afmeren. Daar zit (staat) iedereen te wachten en te zwaaien.

Op het laatste stuk bij Schellingwoude heeft Peter alle vlaggen van de bezochte landen in de volgorde van aankomt in het want gehesen. Dit geeft een kleurig effect en iedereen kan zien waar we geweest zijn.

Onder het geluid van Schotse doedelzakmuziek, dezelfde als toen we de reis begonnen stomen we naar de kade. Iedereen is blij en de andere bezoekers van het terras leven mee. Er staat een lange tafel voor ons klaar onder de bomen, heerlijk om weer samen te eten en te drinken.

De reis is over, het samenzijn is weer begonnen.


Bijgewerkt: 04 augustus 2004